Regionaal Trialnetwerk OncoWest

2 november 2026

Samen werken aan betere toegang tot innovatieve kankerzorg

LUMC en OncoWest onderzoeken de mogelijkheden voor het ontwikkelen van een Regionaal Trialnetwerk voor oncologisch innovatief onderzoek. Met dit samenwerkingsverband willen de aangesloten ziekenhuizen gezamenlijk klinische trials uitvoeren om zo de toegang voor patiënten in de regio te vergroten en de samenwerking op het gebied van klinisch onderzoek verder te versterken.

De Regionale Oncologie Commissie (ROC) van OncoWest heeft besloten om dit initiatief verder uit te werken. De komende periode worden de governance, organisatorische inrichting en randvoorwaarden nader uitgewerkt.

Waarom een regionaal trialnetwerk?

Binnen de OncoWest regio wordt ongeveer 10% van alle Nederlandse oncologiepatiënten behandeld. Deze omvang biedt kansen om ook op het gebied van klinisch onderzoek intensiever samen te werken.

Een regionaal trialnetwerk kan bijdragen aan:

  • betere toegang tot innovatieve behandelingen voor patiënten;
  • meer samenwerking tussen zorg en onderzoek;
  • het aantrekken van meer trials dan individuele ziekenhuizen afzonderlijk kunnen realiseren.

Wat betekent dit voor patiënten?

Voor patiënten kan een regionaal trialnetwerk belangrijke voordelen bieden.

Door de samenwerking tussen de ziekenhuizen kunnen meer klinische trials beschikbaar komen binnen de regio. Hierdoor krijgen patiënten mogelijk sneller toegang tot innovatieve behandelingen en onderzoek naar nieuwe therapieën. Daarnaast blijft het uitgangspunt dat patiënten zoveel mogelijk zorg ontvangen dichtbij huis en bij hun eigen behandelteam.

De gezamenlijke aanpak kan bovendien leiden tot een grotere en meer representatieve deelname van patiënten aan trials, waardoor nieuwe behandelingen sneller kunnen worden onderzocht en toegepast.

Wat betekent dit voor zorgprofessionals?

Voor medisch specialisten, verpleegkundig specialisten, researchverpleegkundigen en andere betrokken professionals biedt een regionaal trialnetwerk kansen om:

  • meer klinische trials naar de regio te halen;
  • kennis en expertise te delen tussen de ziekenhuizen;
  • onderzoeksprocessen verder te uniformeren en professionaliseren;
  • ondersteuning te organiseren voor ziekenhuizen met minder trialcapaciteit, te denken valt aan ondersteuning door researchverpleegkundigen, datamanagers en trialcoördinatoren;
  • gezamenlijk op te trekken richting trial-opdrachtgevers.

Belangrijke uitgangspunten

In gesprekken met vertegenwoordigers van alle OncoWest-ziekenhuizen zijn diverse voorwaarden benoemd voor een succesvolle samenwerking. Belangrijke uitgangspunten zijn:

  • gelijke zeggenschap voor alle deelnemende ziekenhuizen;
  • aantoonbare meerwaarde voor alle partners;
  • toegankelijk voor verschillende trial-opdrachtgevers;
  • behoud van bestaande patiëntenstromen;
  • transparante en eerlijke verdeling van opbrengsten;
  • passende ondersteuning voor trialactiviteiten binnen alle deelnemende ziekenhuizen.

Deze uitgangspunten vormen de basis voor de verdere uitwerking van het initiatief.

Interesse vanuit trial-opdrachtgevers

Uit gesprekken met verschillende farmaceutische bedrijven blijkt dat er belangstelling bestaat voor een regionaal trialnetwerk binnen OncoWest. Opdrachtgevers zien vooral meerwaarde in:

  • één centraal aanspreekpunt;
  • uniforme contractering en werkwijzen;
  • snelle opstart van trials;
  • voorspelbare patiëntinclusie;
  • toegang tot grotere aantallen patiënten binnen één regio.

Hiermee kan het netwerk een aantrekkelijkere onderzoeksomgeving bieden dan de ziekenhuizen afzonderlijk.

Vervolg

De verkenning laat zien dat er een goede basis ligt om binnen OncoWest een regionaal trialnetwerk verder te ontwikkelen. De ROC gaat de komende periode aan de slag met de verdere uitwerking van de governance, wetenschappelijke samenwerking, financiële afspraken en operationele inrichting van het netwerk.

Het uiteindelijke doel is om patiënten in de regio betere toegang te bieden tot innovatieve behandelingen en tegelijkertijd de positie van OncoWest als onderzoeksregio verder te versterken.

Vragen of meer informatie?

Heb je vragen over dit project of wil je meedenken over de verdere ontwikkeling van het regionaal trialnetwerk? Neem dan contact op met Marloes Krom, netwerkmanager OncoWest: m.j.krom@lumc.nl

Hoe kunnen ziekenhuizen de oncologische dagbehandeling verder verbeteren en van elkaars ervaringen leren? Op 6 oktober 2026 kwamen ziekenhuisapothekers, teammanagers infusiecentra en seniorverpleegkundigen uit de ziekenhuizen Alrijne, Groene Hart, Haga, HMC, LUMC, Reinier de Graaf bijeen bij Alrijne voor een werkbezoek aan de oncologische dagbehandeling. Op het programma stonden onder meer blaasspoelingen thuis, digitale patiëntvoorlichting en de inzet van een patiënt journey-app. Verder was er ruimte om actuele vraagstukken te bespreken en een kijkje te nemen op de afdeling. Ook de medewerkers van het netwerkbureau OncoWest waren erbij.

 

Zorg dichter bij huis: blaasspoelingen thuis

Een van de onderwerpen was de organisatie van blaasspoelingen in de thuissituatie. Alrijne deelde ervaringen met deze werkwijze, waarmee ongeveer drie jaar geleden is gestart. Daarbij werd toegelicht hoe de samenwerking met thuiszorgorganisatie ActiVite is ingericht en welke rol de levering van materialen door het ziekenhuis en MediReva speelt.

Het besproken voorbeeld betreft blaasspoelingen met epirubicine, met de mogelijkheid om ook mitomycine toe te passen. In de beschreven werkwijze vindt de eerste behandeling in het ziekenhuis plaats en volgen daarna acht behandelingen thuis.

Deze aanpak roept ook vragen op over de praktische organisatie en de bekostiging, waaronder de rol van de zorgverzekering. Het delen van dergelijke ervaringen helpt ziekenhuizen om de mogelijkheden en randvoorwaarden van zorg buiten het ziekenhuis beter in beeld te krijgen.

Digitale ondersteuning voor patiënten

Een tweede thema was de digitalisering van patiëntvoorlichting. Alrijne liet de patiënt journey-app zien en besprak hoe voorlichting waar mogelijk digitaal kan worden aangeboden.

Voorbeelden van onderwerpen waarvoor digitale informatie wordt ingezet of verkend, zijn voeding, huidveranderingen, langetermijneffecten van behandelingen en nagelveranderingen. Digitale informatie kan patiënten helpen om uitleg op een passend moment terug te lezen en zich beter voor te bereiden op hun behandeling.

Voor zorgprofessionals biedt dit aanknopingspunten om na te denken over de manier waarop informatie wordt aangeboden en hoe digitale middelen de begeleiding van patiënten kunnen ondersteunen. De ervaringen bij Alrijne bieden bovendien mogelijkheden om te verkennen waar ziekenhuizen regionaal van elkaar kunnen leren.

Ook aandacht voor de werkgroep Duurzame en doelmatige oncologie, protocollen en bereikbaarheid

Naast thuisbehandeling en digitalisering stonden de kuurprotocollen op het programma.

In 2024 is in het Alrijne een multidisciplinaire werkgroep Duurzame en doelmatige oncologie gestart. Zij gebruiken landelijke adviezen, bijvoorbeeld  van de NVMO, maar ook nieuwe wetenschappelijke inzichten en ervaringen uit andere ziekenhuizen, om kritisch te kijken naar elke stap in het behandelproces om de zorg efficiënter en patiëntvriendelijker te maken. Door initiatieven voor optimalisatie multidisciplinair te bespreken kunnen ze snel stappen maken en direct afspraken maken hoe implementatie vorm te geven. Dat maakt snel schakelen mogelijk en zorgt ervoor dat initiatieven binnen afzienbare tijd ook echt in praktijk worden gebracht. Het meeste werk zit meestal in het aanpassen van de behandelprotocollen.

Download hier de presentatie van Hannerieke Barkman (ziekenhuisapotheker Alrijne) over de initiatieven van de Werkgroep Duurzame en doelmatige oncologie in het Alrijne.

Verder werd gesproken over de organisatie van de telefonische bereikbaarheid gedurende 24 uur en de mogelijke inzet van een IPSO-coördinator.

Deze onderwerpen laten zien dat het verbeteren van de oncologische dagbehandeling verder gaat dan het optimaliseren van behandelprocessen alleen. Ook de organisatie van ondersteuning, bereikbaarheid en patiëntbegeleiding vraagt om aandacht.

Het werkbezoek werd afgesloten met een rondleiding over de oncologische dagbehandeling in Leiden.

Regionaal kennis delen en samen verder ontwikkelen

Het bezoek aan Alrijne sluit aan bij het eerdere werkbezoek aan het HagaZiekenhuis op 15 juni 2026. Tijdens die bijeenkomst stond de optimalisatie van de oncologische dagbehandeling centraal, met aandacht voor onder meer efficiëntere behandelprocessen, capaciteitsvraagstukken en het delen van ervaringen tussen ziekenhuizen.

De werkbezoeken maken deel uit van de regionale samenwerking binnen OncoWest. Door inzicht te krijgen in elkaars werkwijzen en initiatieven kunnen zorgprofessionals mogelijkheden voor verbetering herkennen en gezamenlijk verkennen waar samenwerking meerwaarde heeft.

Ook tijdens het bezoek aan Alrijne was er ruimte om vervolgonderwerpen en een volgende bijeenkomst te bespreken. Zo blijft OncoWest werken aan een netwerk waarin zorgprofessionals kennis en ervaringen uitwisselen en samen bouwen aan toekomstbestendige oncologische zorg.

Heb je een onderwerp dat zich leent voor een volgend regionaal werkbezoek? Of wil je ervaringen delen met collega’s uit andere ziekenhuizen? OncoWest nodigt zorgprofessionals uit de regio uit om ideeën voor verdere kennisuitwisseling aan te dragen.
“Als iemand kanker krijgt, verandert er vaak veel meer dan alleen de lichamelijke gezondheid.” Klinisch psycholoog Mariska Blom van Haaglanden Medisch Centrum ziet dagelijks welke impact kanker heeft op het leven van patiënten en hun naasten. Als voorzitter van de regionale netwerkgroep Psycho Oncologie van OncoWest zet zij zich in voor passende psychosociale ondersteuning. “We zijn gelukkig steeds beter gaan begrijpen dat goede kankerzorg óók aandacht vraagt voor het mentale en sociale welzijn van mensen.”

 

Wanneer er wordt gesproken over psychosociale zorg, denken veel mensen automatisch aan psychologische begeleiding. Toch omvat het begrip veel meer, vertelt Mariska Blom, klinisch psycholoog. “Psychosociale zorg gaat over alles wat iemand nodig heeft om zich staande te houden in een leven dat door kanker ingrijpend is veranderd. Daarbij kijken we niet alleen naar de patiënt zelf, maar ook naar de mensen om hem of haar heen.”

Een kankerdiagnose heeft gevolgen op vrijwel alle levensgebieden. “Naast de lichamelijke impact kunnen vragen ontstaan als: Kan ik blijven werken? Hoe vertel ik het mijn kinderen? Wat betekent dit voor mijn relatie? En wat als de behandeling straks voorbij is? Juist daarom is het belangrijk om verder te kijken dan de medische behandeling alleen. Psychosociale zorg helpt mensen om met die veranderingen om te gaan en kwaliteit van leven te behouden.”

Niet iedereen heeft hetzelfde nodig

Volgens Blom is er de afgelopen jaren veel veranderd in de manier waarop zorgprofessionals kijken naar de psychosociale gevolgen van kanker. Waar de zorg vroeger vooral gericht was op het behandelen van de ziekte zelf, is er tegenwoordig veel meer aandacht voor kwaliteit van leven en de persoonlijke situatie van de patiënt.

“Niet iedere patiënt heeft dezelfde ondersteuning nodig. Sommigen zijn geholpen met goede informatie of contact met lotgenoten, terwijl anderen baat hebben bij begeleiding door een maatschappelijk werker, geestelijk verzorger of psycholoog. Het mooie is dat het aanbod steeds breder wordt en beter aansluit bij wat iemand op dat moment nodig heeft.”

Dat maatwerk is belangrijk, omdat de impact van kanker sterk verschilt per levensfase. Jongvolwassen patiënten kampen bijvoorbeeld vaker met vragen rondom relaties, vruchtbaarheid, lichaamsveranderingen en carrièreontwikkeling. Oudere patiënten hebben weer andere zorgen en behoeften. “Daarom is het belangrijk dat we goed kijken wie we voor ons hebben in de spreekkamer en welke gevolgen de ziekte juist voor die persoon heeft.”

Een vaste plek in het zorgpad

Blom ziet ook dat psychosociale zorg de laatste jaren steeds beter verankerd raakt binnen de oncologische zorg. Een belangrijke ontwikkeling hierin is volgens haar de komst van verpleegkundig specialisten.

“Artsen, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten spelen allemaal een belangrijke rol bij het herkennen van psychosociale problemen. Verpleegkundig specialisten hebben daarbij vaak meer ruimte om stil te staan bij hoe het écht met iemand gaat. Ze hebben een belangrijke signalerende rol. Door vragen te stellen als: waar loop je tegenaan, wat heb je nodig en welke ondersteuning zou kunnen helpen, kunnen zij patiënten op tijd naar passende zorg begeleiden.”

Dat hoeft niet altijd direct gespecialiseerde psychologische hulp te zijn. In veel ziekenhuizen is inmiddels een breed ondersteuningsaanbod. Bij HMC kunnen patiënten bijvoorbeeld terecht bij het Informatieplein Oncologie voor informatie, praktische ondersteuning en lotgenotencontact. Hier wordt o.a. de groepsbehandeling Verder na Kanker geboden onder begeleiding van een psycholoog en verpleegkundig specialist, waar in vier sessies aandacht wordt besteed aan de lichamelijke, psychologische en sociale gevolgen van kanker, voor patiënten die de medische behandelingen inmiddels afgerond hebben. Om op alle vlakken goede zorg te kunnen bieden maken maatschappelijk werkers, geestelijk verzorgers en psychologen deel uit van het netwerk rondom de patiënt.

“Passende zorg betekent niet automatisch opschalen naar een psycholoog. Soms is contact met iemand die hetzelfde heeft meegemaakt al enorm waardevol. Het gaat erom dat iemand de ondersteuning krijgt die past bij zijn of haar situatie.”

Zie de signalen op tijd

De uitdaging blijft het tijdig herkennen van psychosociale problemen. Er zijn patiënten die aangeven dat het goed gaat, terwijl er onder de oppervlakte van alles speelt.

“Je moet als zorgprofessional leren luisteren naar de signalen achter het verhaal. Slecht slapen, veel piekeren, zorgen over werk of onzekerheid over de toekomst kunnen aanwijzingen zijn dat extra ondersteuning nodig is. Soms helpt het om dan door te vragen.”

Hulpmiddelen zoals de Lastmeter kunnen daarbij volgens Blom een waardevolle leidraad zijn. Ze helpen verpleegkundig specialisten om onderwerpen systematisch bespreekbaar te maken en in het gesprek met de patiënt te verkennen waar deze tegenaan loopt.

Daarnaast pleit zij ervoor om psychosociale zorg veel eerder in het ziekteproces aan bod te laten komen. “Vaak wordt er pas over gesproken nadat de medische behandeling is afgerond. Juist in de fase van diagnose en behandeling kun je veel betekenen door patiënten al te informeren over wat er mogelijk is.”

Doorbreek het stigma

Hoewel de acceptatie van psychosociale zorg toeneemt, merkt Blom dat er nog steeds misverstanden bestaan. Vooral bij oudere patiënten leeft soms het idee dat psychologische ondersteuning alleen nodig is als het écht niet goed gaat.

“Dat stigma mogen we best doorbreken. Het is helemaal niet vreemd om ondersteuning nodig te hebben als je wordt geconfronteerd met kanker. De ziekte heeft een enorme impact.”

Kennis blijft belangrijk

Als voorzitter van de regionale netwerkgroep Psychologische Oncologie van OncoWest ziet Blom kansen om psychosociale zorg verder te versterken. Met name op het gebied van scholing.

“Het zou mooi zijn als kennis over psychosociale zorg een vast onderdeel wordt van opleidingen voor artsen, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten. Niet alleen kennis over wat psychosociale zorg inhoudt, maar ook hoe je signalen herkent en hoe je hierover het gesprek voert.”

Daarnaast moedigt zij zorgprofessionals aan om goed te weten welke ondersteuning binnen hun eigen organisatie beschikbaar is en elkaar op te zoeken voor overleg als ze zelf het antwoord niet weten. “Je hoeft niet alles zelf op te lossen. Juist door de interne samenwerking op te zoeken worden patiënten beter geholpen en komen zij sneller op de juiste plek terecht.”

Van zorgaanbod naar ervaring

Dat psychosociale zorg een steeds belangrijkere rol speelt binnen de oncologische zorg staat voor Blom vast. De uitdaging voor de komende jaren ligt volgens haar in verdere integratie, meer bekendheid en het blijven leveren van maatwerk.

“Uiteindelijk gaat het erom dat we niet alleen de ziekte behandelen, maar ook aandacht hebben voor wat kanker met iemand als mens doet.”

10 oktober: Dag van de Mentale Gezondheid

Kanker heeft niet alleen lichamelijke gevolgen. Juist daarom is het belangrijk om aandacht te hebben voor mentale gezondheid. Vraag hoe het écht gaat, maak zorgen bespreekbaar en weet welke ondersteuning beschikbaar is. Binnen de ziekenhuizen van OncoWest zijn verschillende vormen van psychosociale ondersteuning beschikbaar.

logo IKNLVergrijzing zorgt voor meer kanker, maar preventie kan de toekomstige ontwikkeling beïnvloeden
Het jaarlijkse aantal nieuwe kankerdiagnoses in Nederland stijgt naar verwachting van ruim 136.000 in 2025 naar bijna 170.000 in 2045. Ook het aantal mensen dat aan kanker overlijdt neemt toe: van ruim 46.000 in 2024 naar ruim 57.000 in 2045. De toename van het aantal ouderen in Nederland is hiervoor de belangrijkste verklaring. Dat blijkt uit nieuwe toekomstverkenningen van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL), die morgen worden gepresenteerd tijdens het symposium ‘De blik vooruit: Kanker in de toekomst’.

 

De opvallendste bevindingen:

  • Het jaarlijkse aantal nieuwe kankerdiagnoses door kanker stijgt naar verwachting met ongeveer 23% tussen 2025 en 2045.
  • Het absolute aantal diagnoses neemt bij vrijwel alle kankersoorten toe. Bij vrouwen wordt de grootste groei verwacht bij huidkanker (melanoom en plaveiselcelcarcinoom (PCC))*, borstkanker, longkanker en hematologische maligniteiten. Bij mannen gaat het vooral om huidkanker (melanoom en PCC), prostaatkanker, hematologische maligniteiten en blaaskanker.
  • In 2045 is huidkanker (melanoom en PCC)* bij zowel vrouwen als mannen naar verwachting de meest voorkomende kankersoort, waar dat nu nog borstkanker en prostaatkanker zijn.
  • Maagkanker is de enige kankersoort waarvan het aantal diagnoses bij zowel vrouwen als mannen naar verwachting verder afneemt. Bij mannen daalt ook het aantal diagnoses van onder andere longkanker.
  • Het jaarlijkse aantal sterfgevallen door kanker stijgt met 24% tussen 2024 en 2045.Het aantal sterfgevallen stijgt bij vrouwen absoluut het sterkst bij hematologische kanker en bij mannen bij prostaatkanker.
  • Het gemiddelde risico in de bevolking op overlijden aan kanker neemt al jaren af. Dit risico is voor mannen hoger dan voor vrouwen, maar dit verschil wordt kleiner.

Demografische ontwikkelingen bepalen het grootste deel van de stijging

Nederland telt steeds meer ouderen, die bovendien gemiddeld steeds ouder worden. Omdat kanker vaker voorkomt op hogere leeftijd, leidt dit tot een sterke toename van het aantal mensen dat met kanker te maken krijgt. Wanneer rekening wordt gehouden met de groei en vergrijzing van de bevolking, blijft het gemiddelde risico op een kankerdiagnose in de komende twintig jaar ongeveer gelijk. De verwachte toename van het totale aantal kankerdiagnoses wordt dus voor een groot deel veroorzaakt door demografische ontwikkelingen. Achter dit stabiele gemiddelde voor totaal kanker gaan wel verschillen tussen kankersoorten schuil. Het risico op sommige kankersoorten, zoals leverkanker en melanoom van huid, neemt toe, terwijl het voor andere, zoals longkanker bij mannen, juist afneemt.

Preventie kan de toekomstige ontwikkeling beïnvloeden

Bevolkingsgroei en vergrijzing verklaren een belangrijk deel van de verwachte stijging van het totale aantal kankerdiagnoses. Tegelijkertijd is een deel van de toekomstige diagnoses te voorkomen door in te zetten op preventie. Roken, alcoholgebruik, overgewicht, onvoldoende lichaamsbeweging en blootstelling aan uv-straling verhogen het risico op verschillende vormen van kanker. Zo stijgt het risico op melanoom van de huid, een kankersoort die grotendeels veroorzaakt wordt door blootstelling aan uv-straling. Ook het gemiddelde risico op lever- en schildklierkanker, die samenhangen met overgewicht neemt toe. Daarnaast is bij mannen een afname in het risico op longkanker te zien, door een afname van het aantal rokers in deze groep in de afgelopen decennia.

Eerdere schattingen laten zien dat ongeveer 1 op de 3 van alle kankerdiagnoses in potentie kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door een gezondere leefstijl en leefomgeving, maar ook door vaccinaties, zoals die voor HPV. Eerdere preventiecalculaties van IKNL laten zien dat een afname van het aantal rokers en verminderd alcoholgebruik duizenden kankerdiagnoses kan voorkomen. Jaike Schilte-Praagman, senior onderzoeker bij IKNL: “Dat de bevolking groeit en vergrijst, kunnen we niet veranderen. Maar we kunnen wél invloed uitoefenen op factoren die het risico op kanker vergroten. Dat preventie werkt, zien we bijvoorbeeld bij longkanker: doordat mannen minder zijn gaan roken,
daalt bij hen het risico op longkanker. En de campagne van het Nationaal Huidfonds heeft geleid tot een afname in het aantal zonverbrandingen, de grootste risicofactor voor huidkanker.* Die winst is niet vanzelfsprekend. Nieuwe zorgelijke ontwikkelingen, zoals het toenemende gebruik van nicotineproducten onder jonge meiden of online challenges waarbij jongeren zich bewust zo lang mogelijk onbeschermd blootstellen aan de zon*, kunnen gunstige trends weer afremmen of zelfs omslaan in een stijging.” Toekomstige veranderingen in leefstijltrends zijn niet meegenomen in de cijfers.

Toenemende druk op oncologische zorg

De stijging van het aantal nieuwe diagnoses zal leiden tot een verdere toename van de vraag naar oncologische zorg. Meer mensen hebben diagnostiek, behandeling en nazorg nodig. Door de verbeterde overleving leven daarnaast steeds meer mensen langere tijd met of na kanker. Dit vergroot de vraag naar controles, ondersteuning en zorg voor de langetermijngevolgen van kanker en de behandeling ervan. Ernst Kuipers, voorzitter van de raad van bestuur van DICA-IKNL: ” Zonder gerichte maatregelen dreigt de vraag naar oncologische zorg sneller te groeien dan de beschikbare capaciteit. Dat raakt niet alleen patiënten, maar de hele samenleving. Investeren in preventie, innovatie, passende zorg en een toekomstbestendige inrichting van de kankerzorg is geen keuze meer, maar een noodzaak.”

* Over de toekomstverkenningen:
  • Basaalcelcarcinoom (BCC) van de huid is niet meegenomen in de totalen. Door het lage risico op sterfte wordt BCC doorgaans niet meegeteld bij de berekening van het aantal gevallen van kanker. De projecties zijn wel apart berekend en te vinden op NKR Cijfers.
  • De cijfers uit de toekomstverkenningen moeten niet worden opgevat als exacte voorspellingen, maar laten zien hoe het aantal nieuwe kankerdiagnoses en sterfgevallen zich tot en met 2045 kan ontwikkelen als trends in incidentie, sterfte en demografie uit het verleden doorzetten. Voor de berekeningen zijn historische ontwikkelingen in incidentie en sterfte gecombineerd met bevolkingscijfers en prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
  • Toekomstige veranderingen van de onderliggende trends in leefstijl, preventie, bevolkingsonderzoek, diagnostiek en behandeling kunnen ertoe leiden dat de werkelijke ontwikkeling anders verloopt.
  • Cijfers over zonverbrandingen via het Huidfonds.
  • Cijfers over tabaksgebruik onder jongeren. Roken is een belangrijke oorzaak van kanker, maar dat betekent niet dat patiënten schuld hebben aan hun ziekte. Nicotine is sterk verslavend en stoppen met roken is moeilijk.
  • Meer informatie over de methode.

Let op: de cijfers van de NKR zijn gemiddelden voor groepen patiënten en geven geen voorspelling voor een individuele situatie. Factoren zoals het type kanker, het stadium van de ziekte, leeftijd, gezondheid en behandeling spelen hierbij een belangrijke rol.

Ga voor meer patiënteninformatie naar kanker.nl.

Op 15 juni 2026 vond in het HagaZiekenhuis in Den Haag een regionaal werkbezoek plaats rond de oncologische dagbehandeling. Vanuit HMC, Alrijne en HagaZiekenhuis namen verpleegkundigen, apothekers, teammanagers en beleidsmedewerkers deel. Deze diverse samenstelling zorgde voor een levendige dynamiek en een informatief gesprek vanuit verschillende invalshoeken.

Omgaan met toenemende druk op infusiecentra

Aanleiding voor de bijeenkomst is de toenemende druk op de capaciteit van infusiecentra binnen ziekenhuizen. Deze druk ontstaat door een combinatie van factoren: de beroepsbevolking neemt af, waardoor de beschikbaarheid van personeel binnen infusiecentra en apotheken onder druk staat, de vergrijzing van de bevolking zorgt voor een groeiende patiëntengroep, en het aantal behandelmogelijkheden binnen de oncologie blijft toenemen. Vanuit deze gezamenlijke uitdaging ontstond de vraag of ziekenhuizen in de regio van elkaar kunnen leren en gezamenlijk kunnen optrekken.

Maatregelen om dagbehandeling te optimaliseren

Voor het meerjarenproject ‘Optimalisatie van de dagbehandeling’ is vanuit farmaceutisch perspectief gekeken naar mogelijkheden om de dagbehandeling efficiënter in te richten. Annemieke Grootswagers-Sobels, ziekenhuisapotheker vertelde over de aanpak in HagaZiekenhuis. (Haar presentatie kun je via de link hiernaast bekijken.)

Op basis van intern en extern beschikbaar onderzoek en data zijn verschillende optimalisatieroutes onderzocht. Samen hebben deze maatregelen jaarlijks een tijdsbesparing van 15% opgeleverd, onder andere door:

  • premedicatie om te zetten naar orale toediening, of deze te verminderen;
  • de infusieduur te verkorten;
  • de observatietijd na toediening in te korten;
  • het doseerinterval te verlengen;
  • waar mogelijk te switchen van intraveneuze naar subcutane toediening, zodat geschikte patiënten het middel zelfstandig thuis kunnen toedienen;
  • de controlemomenten van vitale functies te verminderen;
  • spoelstappen te verkorten.

 Voordelen maar ook nieuwe knelpunten

De optimalisaties leveren veel tijdwinst op, maar brengen ook nieuwe knelpunten met zich mee. De patiëntenomloopsnelheid (turn-over) in een infusiecentrum is sterk toegenomen, wat de werkdruk voor verpleegkundigen verhoogt: zij moeten in kortere tijd meer handelingen uitvoeren. Ook de financiële structuur verandert: wanneer behandeling naar de thuissituatie verschuift, vervalt de verrichting binnen het ziekenhuis en moet gekeken worden naar een andere vorm van bekostiging. Daarbij speelt mee dat sommige middelen goedkoper zijn om intraveneus toe te dienen dan subcutaan, waardoor een switch financieel minder aantrekkelijk is. Een randvoorwaarde is verder dat afwijken van de richtlijn niet alleen inhoudelijk goed onderbouwd, maar ook juridisch goed geregeld moet zijn.

Initiatieven bij andere ziekenhuizen in de OncoWest-regio

Ook buiten het HagaZiekenhuis lopen initiatieven om processen binnen de dagbehandeling te optimaliseren. Tijdens het werkbezoek bleek een duidelijke behoefte om hierover van elkaar te leren, te sparren over aanpakken en ervaringen, werkwijzen en protocollen te delen.

Bij HMC is functiedifferentiatie op de dagbehandeling toegepast. De beperkte beschikbaarheid van oncologieverpleegkundigen vormt vaak een knelpunt. Door ook niet-oncologisch geschoolde verpleegkundigen in te zetten en onderscheid te maken wie welke zorg kan uitvoeren, kunnen meer verpleegkundigen worden ingezet op de dagbehandeling. Hierbij worden oncologieverpleegkundigen ingezet waar hun specifieke expertise het meest nodig is.

Alrijne zet stappen om patiëntvoorlichting te digitaliseren, bijvoorbeeld rond het gebruik van de ColdCap (hoofdhuidkoeling tijdens chemotherapie) en mondverzorging. Onder verpleegkundigen bestaat hier veel interesse voor. Tijdens een volgende bijeenkomst wordt verkend of hierin regionaal gezamenlijk kan worden opgetrokken.

Jaarlijkse werkbezoeken met alle OncoWest-ziekenhuizen

Het werkbezoek bevestigt dat de uitdagingen rond capaciteit en optimalisatie van de oncologische dagbehandeling breed worden herkend binnen de regio. Er is duidelijke bereidheid om kennis, ervaringen en protocollen te delen en gezamenlijk te onderzoeken op welke thema’s regionale samenwerking meerwaarde kan bieden.

Alle deelnemers hebben de bijeenkomst als zeer positief ervaren. OncoWest zal daarom, in samenwerking met de ziekenhuizen, twee keer per jaar een soortgelijk werkbezoek organiseren over nog te bepalen thema’s.

Heb je ook een goed idee voor een regionaal werkbezoek?

Dit bezoek werd georganiseerd door Josianne Holtkamp van het HagaZiekenhuis in samenwerking met regiobureau OncoWest. Ben je geïnspireerd en  heb je ook een goed idee voor regionale samenwerking binnen de oncologische dagbehandeling? Laat het ons weten en mail naar Marloes Krom: m.j.krom@lumc.nl

Met trots presenteren wij het Jaarverslag 2025 van OncoWest. In dit jaarverslag blikken we terug op een jaar waarin verdere stappen zijn gezet in de regionale samenwerking rondom oncologische zorg, de implementatie van concentratie- en spreidingsafspraken, digitalisering en kwaliteitsverbetering. Ook lees je meer over de resultaten van onze expertteams, projecten en bijeenkomsten in de regio.

 

OncoWest behandelt bijna 10% van alle kankerpatiënten in Nederland en blijft zich inzetten voor toegankelijke, hoogwaardige oncologische zorg dicht bij huis.

Het volledige jaarverslag is nu beschikbaar en hier te downloaden.

Op zaterdag 9 mei 2026 werden 100 (ex-)patiënten met slokdarmkanker en hun naasten hartelijk ontvangen in de Burumazaal van het LUMC in Leiden. Het was alweer de 7e editie van de jaarlijkse Regionale Slokdarmdag, georganiseerd door het expertteam Maag-Slokdarmkanker van OncoWest. De bijeenkomst stond in het teken van nieuwe ontwikkelingen in de behandeling én van het dagelijkse leven met een buismaag.

 

De gasten werden verwelkomd door het regionale team van artsen, verpleegkundig specialisten en medisch secretaresses. Verpleegkundig specialisten Susan Quix (LUMC) en Erlinde de Graaf (Reinier de Graaf-LUMC) zorgden samen met medisch secretaresse Hilde van Malssen en dr. Henk Hartgrink (oncologisch chirurg LUMC) voor een warme ontvangst. Ook de Stichting voor Patiënten met Kanker van het Spijsverteringskanaal (SPKS) was aanwezig met een informatiestand, en twee buddy’s van de organisatie waren aanwezig om patiënten en naasten te ontmoeten en te ondersteunen.

Deel 1: 

Chirurgische technieken in ontwikkeling

Dr. Stijn van Esser (chirurg, Reinier de Graaf-LUMC) opende het inhoudelijke programma met een overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in de chirurgische techniek voor slokdarmkanker. De operatieve zorg in de regio blijft zich verder verfijnen.

Betere medicijnen voor slokdarmkanker

Dr. Arjan Verschoor (internist-oncoloog, Reinier de Graaf) nam het publiek mee door het steeds complexer wordende behandellandschap van slokdarmkanker. Hij begon bij de standaardbehandeling met chemoradiatie gevolgd door een operatie (nog altijd een goede optie) en besprak een reeks actuele ontwikkelingen zoals actief waakzaam wachten na chemoradiatie, chemotherapie rondom een operatie (FLOT-kuren), en de inzet van immuuntherapie in de palliatieve setting.

Protonenbestraling

Dr. Yvonne Klaver (radiotherapeut, LUMC en Holland Protonen Centrum) gaf een toelichting op protonenbestraling als alternatieve bestralingstechniek bij slokdarmkanker, waarbij minder omgevingsschade aan omliggende weefsels optreedt.

Over OncoWest

In het regionaal oncologienetwerk OncoWest werken zes ziekenhuizen samen aan de beste kankerzorg dichtbij de patiënt: Alrijne, Groene Hart Ziekenhuis, HagaZiekenhuis, Haaglanden Medisch Centrum, LUMC en Reinier de Graaf. Alle patiënten in de regio die in aanmerking komen voor de complexe buismaagoperatie worden geopereerd in het LUMC in Leiden. Voor de voorbehandelingen met chemotherapie en/of bestraling kan de patiënt vaak terecht in het eigen ziekenhuis in de buurt.

Deel 2: 

Dr. Jan-Willem Dekker (oncologisch chirurg Reinier de Graaf) leidde het tweede programma gedeelte. 

Endoscopische detectie en behandeling van vroegcarcinomen

Dr. Elmer Hoekstra (MDL-arts, HagaZiekenhuis) gaf uitleg over het belang van vroege opsporing van slokdarmkanker, met name via surveillance bij patiënten met een Barrettslokdarm. Vroeg ontdekte tumoren kennen een 5-jaarsoverleving van meer dan 99%, tegenover slechts 15% bij gevorderde tumoren. Dat maakt surveillance cruciaal.

De nieuwe richtlijn onderscheidt patiënten op basis van risico (laag, matig en hoog), waarbij de Barrettlengte (M-score) en de aan- of afwezigheid van dysplasie bepalend zijn voor welk type follow-up passend is. Hoog-risico patiënten (met dysplasie of een Barrettlengte >10 cm) worden verwezen naar gespecialiseerde Barrett Expert Centra, waaronder het HagaZiekenhuis.

Vroegcarcinomen kunnen endoscopisch worden behandeld: via endoscopische mucosectomie (EMR), endoscopische submucosale dissectie (ESD) of radiofrequente ablatie (RFA), waarmee het Barrett-slijmvlies wordt weggebrand. Deze minimaal invasieve technieken maken een zware operatie in veel gevallen overbodig.

Klachten bij een buismaag

Dr. Kirill Basiliya (MDL-arts, LUMC) belichtte de functionele klachten die veel patiënten na een buismaagoperatie ervaren. Uit de POCOP-studie blijkt dat maar liefst 70% van de patiënten binnen de eerste drie maanden na de operatie ernstige functionele klachten heeft. De meest voorkomende zijn:

  • Zuurbranden (reflux): treft 60–80% van de patiënten. Door het ontbreken van de normale sluitspier en de veranderde anatomie stromen  sappen van de spijsvertering makkelijker terug. Aanpassing van eetgewoonten en maagzuurremmers vormen de pijlers van behandeling.
  • Passageklachten (dysfagie): bij zo’n 40% van de patiënten, vaak door een naadstenose (vernauwing op de verbinding slokdarm–buismaag). Dit kan goed behandeld worden via endoscopische dilatatie (oprekken) of in sommige gevallen zelfdilatatie.
  • Vol gevoel (vertraagde maagontlediging): ook bij 40% aanwezig, mede door zenuwletsel tijdens de operatie. Kleine, frequente maaltijden en eventueel maagmotiliteitsmiddelen helpen.
  • Dumping: bij 50% van de patiënten, waarbij voedsel te snel in de dunne darm terechtkomt en klachten als buikkrampen, diarree, hartkloppingen en duizeligheid veroorzaakt. Klachten verbeteren in de meeste gevallen binnen 12 weken.

De aanpassing van het eetpatroon (kleine porties, langzaam eten, meerdere eetmomenten per dag) is in vrijwel alle gevallen de belangrijkste maatregel. De klachten nemen doorgaans af in de loop van het eerste jaar.

Vragen?

Heb je vragen aan het expertteam Maag-Slokdarmkanker van OncoWest? Neem dan contact op met de verpleegkundig specialisten Erlinde de Graaf en Susan Quix via het mailadres: vsmaagslokdarm@lumc.nl 

Bekijk hier de beschikbare patiëntinformatie (filmpjes en digitale folders) over slokdarmkanker en informatie over www.spks.nl.

September t/m december 2026 | 16 uur per week | Locatie LUMC in Leiden

 

Ben jij een HBO-student Communicatie of Eventmanagement en krijg je energie van organiseren, plannen en samenwerken? Wil je tijdens je stage iets betekenen in de zorg? Dan is deze stageplek bij het regionale oncologienetwerk OncoWest iets voor jou.

Van september tot en met december 2026 zoeken wij voor minimaal 16 uur per week een enthousiaste en proactieve stagiair die meehelpt bij de organisatie van twee belangrijke regionale evenementen. Je werkplek is in het Leids Universitair Medisch Centrum. Een stagevergoeding is mogelijk volgens LUMC voorwaarden.

Tijdens deze stage doe je waardevolle praktijkervaring op in een professionele ziekenhuisomgeving én lever je een bijdrage aan betere kankerzorg in de regio.

Wat ga je doen?

Bij OncoWest werken zorgprofessionals uit zes ziekenhuizen samen aan de best mogelijke oncologische zorg. Als stagiair maak je deel uit van het regiobureau, waar je samenwerkt met vier betrokken en deskundige collega’s. Je ondersteunt bij de organisatie van onze evenementen: van planning tot de uitvoering op de dag zelf.

Je werkzaamheden bestaan onder andere uit:

  • het voorbereiden, plannen en organiseren van twee regionale evenementen:
    • de jaarlijkse Werkconferentie voor beleidsmakers en zorgprofessionals uit West-Nederland (12 november 2026)
    • het jaarlijkse Casemanagersontbijt voor oncologieverpleegkundigen uit de regio (24 november 2026)
  • contact onderhouden met deelnemers, ziekenhuizen en andere betrokkenen
  • het opstellen van draaiboek en planning
  • ondersteuning op locatie tijdens de evenementen
  • het verzamelen en verwerken van evaluaties
  • bijdragen aan OncoWest communicatie via nieuwsberichten voor de website, nieuwsbrief en sociale media.

Wat breng jij mee?

Jij bent een student die graag de handen uit de mouwen steekt en energie krijgt van organiseren.

We zoeken iemand die:

  • een HBO-opleiding Communicatie, Eventmanagement of vergelijkbaar volgt
  • organisatorisch sterk is en nauwkeurig werkt
  • communicatief is
  • goed kan samenwerken
  • affiniteit heeft met evenementenorganisatie
  • interesse heeft in de zorg en ziekenhuisomgeving
  • de Nederlandse taal goed beheerst

Wat bieden wij jou?

  • een leerzame en afwisselende stageplek in een inspirerende ziekenhuisomgeving
  • goede begeleiding in een klein hecht team
  • veel ruimte voor eigen initiatief en persoonlijke ontwikkeling
  • de kans om werkervaring op te doen met evenementen met maatschappelijke impact
  • een stage waarin jouw bijdrage direct zichtbaar is

Heb je interesse?

Wil jij jouw communicatie- en organisatietalent inzetten voor betere oncologische zorg in de regio? Dan maken we graag kennis met je.

Stuur je CV en motivatie naar Annechien van Roosmalen (communicatieadviseur OncoWest): a.van_roosmalen@lumc.nl

Voor wie:

Apothekers, teammanagers infusiecentra & seniorverpleegkundigen uit Alrijne, Groene Hart Ziekenhuis, HagaZiekenhuis, HMC, LUMC, Reinier de Graaf Gasthuis en regiobureau OncoWest.

Waarom dit werkbezoek:

Binnen alle zes ziekenhuizen in de regio van OncoWest is de verwachte toename van oncologische (infusie)behandelingen en de toenemende druk op de capaciteit van de infusiecentra een belangrijk onderwerp. Tegelijkertijd wordt er op verschillende manieren gekeken naar het optimaliseren van de dagbehandeling en naar de werkwijzen en protocollen rondom transfusieprocessen binnen de oncologische zorg.

Vanuit deze gezamenlijke uitdaging is de vraag ontstaan of we regionaal van elkaar kunnen leren en kunnen verkennen hoe we hierin mogelijk samen kunnen optrekken.

Wij nodigen de betrokken zorgprofessionals uit de zes OncoWest-ziekenhuizen daarom van harte uit voor een inspirerende en verbindende bijeenkomst op 15 juni van 15:00 tot 17:00 uur in het HagaZiekenhuis. Tijdens deze middag willen we elkaar ontmoeten en gezamenlijk de mogelijkheden bespreken voor verdere optimalisatie en regionale samenwerking.

Programma

  • Voorstelrondje & welke ontwikkelingen en uitdagingen zijn er binnen jouw ziekenhuis (30 min)
  • Optimalisatie van de dagbehandeling (40 min) – Annemieke Sobels, ziekenhuisapotheker Haga
  • Protocollen ziekenhuizen: inventariseren behoefte regionale kennisdeling/gezamenlijke ontwikkeling protocollen (15 min)
  • Digitaliseren van voorlichting voor infusietherapie (15 min)
  • Afsluiting en vervolgafspraken (5 min)
  • Rondleiding Dagcentrum Infusie therapie (15 min)

Locatie:

HagaZiekenhuis Den Haag – Els Borst-Eilersplein 275, 2545 AA in Den Haag. Overdrachtsruimte 6.15 op de 6e etage

We horen graag of je erbij bent om samen in gesprek te gaan. Hieronder kan je je aanmelden.

Met trots kondigen het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Reinier de Graaf ziekenhuis aan dat zij per januari 2026 hun krachten bundelen in een nieuw Regionaal Expertisecentrum Upper-GI. Dit centrum richt zich op hoogcomplexe zorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker en bouwt voort op jarenlange informele samenwerking. De oprichting sluit aan bij de recente erkenning van het LUMC als Nationaal Expertisecentrum voor slokdarmcarcinoom door het ministerie van VWS.

 

Nationale erkenning als expertisecentrum

Het LUMC is eind 2025 na een uitgebreide onafhankelijke procedure erkend als Expertisecentrum Zeldzame Aandoeningen (ECZA) voor slokdarmcarcinoom. Een ECZA bestaat uit een multidisciplinair zorgteam en een wetenschappelijke onderzoeksgroep, gespecialiseerd in zeldzame aandoeningen die zijn opgenomen in de Europese database Orphanet. Landelijk zijn er inmiddels zo’n 350 erkende ECZA’s.

De erkenning stelt hoge eisen aan de kwaliteit van zorg en wetenschappelijk onderzoek, en vereist nauwe samenwerking met de patiëntenorganisatie SPKS (Stichting voor Patiënten met Kanker aan het Spijsverteringskanaal).

Regionale samenwerking: zorg op de juiste plek

Het Regionaal Expertisecentrum Upper-GI combineert de kennis, ervaring en capaciteit van beide ziekenhuizen om de kwaliteit van zorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker verder te verbeteren. De samenwerking is mede ingegeven door de recent vastgestelde landelijke volumenormen voor kankerzorg.

Concreet betekent dit dat slokdarmkankeroperaties die voorheen in het Reinier de Graaf in Delft plaatsvonden, voortaan worden uitgevoerd in het LUMC in Leiden. De voor- en natrajecten van patiënten van het Reinier de Graaf blijven in Delft. Het uitgangspunt voor patiënten is: verder weg als het moet en dichtbij als het kan.

“Door deze bundeling van kennis en ervaring kunnen we patiënten de best mogelijke zorg bieden op de juiste plek,” aldus de betrokken partijen.

Onderzoek, onderwijs en regionale afstemming

Naast patiëntenzorg zetten LUMC en Reinier de Graaf gezamenlijk in op onderwijs en wetenschappelijk onderzoek op het gebied van Upper GI. Door hogere volumes en gedeelde expertise streven de ziekenhuizen naar verdere verbetering van de uitkomsten voor patiënten.

De plannen zijn zorgvuldig afgestemd met zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patiëntenorganisaties en medisch specialisten in de regio. De afspraken zijn vastgelegd binnen het regionale oncologienetwerk OncoWest.

9 mei: Regionale Slokdarmdag in LUMC – ook zorgprofessionals zijn welkom!

Op zaterdag 9 mei 2026 vindt de tweejaarlijkse Regionale Slokdarmdag plaats in het LUMC in Leiden. Dit evenement is primair bedoeld voor patiënten met (of na behandeling van) slokdarmkanker, maar ook zorgprofessionals en beleidsmakers uit de regio zijn van harte welkom om aan te sluiten.