De gasten werden verwelkomd door het regionale team van artsen, verpleegkundig specialisten en medisch secretaresses. Verpleegkundig specialisten Susan Quix (LUMC) en Erlinde de Graaf (Reinier de Graaf-LUMC) zorgden samen met medisch secretaresse Hilde van Malssen en dr. Henk Hartgrink (oncologisch chirurg LUMC) voor een warme ontvangst. Ook de Stichting voor Patiënten met Kanker van het Spijsverteringskanaal (SPKS) was aanwezig met een informatiestand, en twee buddy’s van de organisatie waren aanwezig om patiënten en naasten te ontmoeten en te ondersteunen.
Deel 1:
Chirurgische technieken in ontwikkeling
Dr. Stijn van Esser (chirurg, Reinier de Graaf-LUMC) opende het inhoudelijke programma met een overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in de chirurgische techniek voor slokdarmkanker. De operatieve zorg in de regio blijft zich verder verfijnen.
Betere medicijnen voor slokdarmkanker
Dr. Arjan Verschoor (internist-oncoloog, Reinier de Graaf) nam het publiek mee door het steeds complexer wordende behandellandschap van slokdarmkanker. Hij begon bij de standaardbehandeling met chemoradiatie gevolgd door een operatie (nog altijd een goede optie) en besprak een reeks actuele ontwikkelingen zoals actief waakzaam wachten na chemoradiatie, chemotherapie rondom een operatie (FLOT-kuren), en de inzet van immuuntherapie in de palliatieve setting.
Protonenbestraling
Dr. Yvonne Klaver (radiotherapeut, LUMC en Holland Protonen Centrum) gaf een toelichting op protonenbestraling als alternatieve bestralingstechniek bij slokdarmkanker, waarbij minder omgevingsschade aan omliggende weefsels optreedt.
Over OncoWest
In het regionaal oncologienetwerk OncoWest werken zes ziekenhuizen samen aan de beste kankerzorg dichtbij de patiënt: Alrijne, Groene Hart Ziekenhuis, HagaZiekenhuis, Haaglanden Medisch Centrum, LUMC en Reinier de Graaf. Alle patiënten in de regio die in aanmerking komen voor de complexe buismaagoperatie worden geopereerd in het LUMC in Leiden. Voor de voorbehandelingen met chemotherapie en/of bestraling kan de patiënt vaak terecht in het eigen ziekenhuis in de buurt.
Deel 2:
Dr. Jan-Willem Dekker (oncologisch chirurg Reinier de Graaf) leidde het tweede programma gedeelte.
Endoscopische detectie en behandeling van vroegcarcinomen
Dr. Elmer Hoekstra (MDL-arts, HagaZiekenhuis) gaf uitleg over het belang van vroege opsporing van slokdarmkanker, met name via surveillance bij patiënten met een Barrettslokdarm. Vroeg ontdekte tumoren kennen een 5-jaarsoverleving van meer dan 99%, tegenover slechts 15% bij gevorderde tumoren. Dat maakt surveillance cruciaal.
De nieuwe richtlijn onderscheidt patiënten op basis van risico (laag, matig en hoog), waarbij de Barrettlengte (M-score) en de aan- of afwezigheid van dysplasie bepalend zijn voor welk type follow-up passend is. Hoog-risico patiënten (met dysplasie of een Barrettlengte >10 cm) worden verwezen naar gespecialiseerde Barrett Expert Centra, waaronder het HagaZiekenhuis.
Vroegcarcinomen kunnen endoscopisch worden behandeld: via endoscopische mucosectomie (EMR), endoscopische submucosale dissectie (ESD) of radiofrequente ablatie (RFA), waarmee het Barrett-slijmvlies wordt weggebrand. Deze minimaal invasieve technieken maken een zware operatie in veel gevallen overbodig.
Klachten bij een buismaag
Dr. Kirill Basiliya (MDL-arts, LUMC) belichtte de functionele klachten die veel patiënten na een buismaagoperatie ervaren. Uit de POCOP-studie blijkt dat maar liefst 70% van de patiënten binnen de eerste drie maanden na de operatie ernstige functionele klachten heeft. De meest voorkomende zijn:
- Zuurbranden (reflux): treft 60–80% van de patiënten. Door het ontbreken van de normale sluitspier en de veranderde anatomie stromen sappen van de spijsvertering makkelijker terug. Aanpassing van eetgewoonten en maagzuurremmers vormen de pijlers van behandeling.
- Passageklachten (dysfagie): bij zo’n 40% van de patiënten, vaak door een naadstenose (vernauwing op de verbinding slokdarm–buismaag). Dit kan goed behandeld worden via endoscopische dilatatie (oprekken) of in sommige gevallen zelfdilatatie.
- Vol gevoel (vertraagde maagontlediging): ook bij 40% aanwezig, mede door zenuwletsel tijdens de operatie. Kleine, frequente maaltijden en eventueel maagmotiliteitsmiddelen helpen.
- Dumping: bij 50% van de patiënten, waarbij voedsel te snel in de dunne darm terechtkomt en klachten als buikkrampen, diarree, hartkloppingen en duizeligheid veroorzaakt. Klachten verbeteren in de meeste gevallen binnen 12 weken.
De aanpassing van het eetpatroon (kleine porties, langzaam eten, meerdere eetmomenten per dag) is in vrijwel alle gevallen de belangrijkste maatregel. De klachten nemen doorgaans af in de loop van het eerste jaar.
Vragen?
Heb je vragen aan het expertteam Maag-Slokdarmkanker van OncoWest? Neem dan contact op met de verpleegkundig specialisten Erlinde de Graaf en Susan Quix via het mailadres: vsmaagslokdarm@lumc.nl
Bekijk hier de beschikbare patiëntinformatie (filmpjes en digitale folders) over slokdarmkanker en informatie over www.spks.nl.