South West Pancreatic Cancer Care: samenwerken aan betere zorg voor patiënten met alvleesklierkanker

8 juli 2026

SWPCC (South West Pancreatic Cancer Care) is een samenwerking tussen drie oncologienetwerken; OncoWest, EMBRAZE en Concord in de regio Zuidwest-Nederland. Onderwerp van de samenwerking zijn patiënten die een tumor hebben uitgaande van de alvleesklier of de peri-ampullair regio (galweg, papil van Vater, twaalfvingerige darm). Het doel van de samenwerking is verdere verbetering van de zorg en het optimaliseren van de organisatie van zorg.

 

Het samenwerkingsverband brengt pancreas-chirurgen, MDL-artsen, internist-oncologen, radiologen, radiotherapeuten, pathologen, verpleegkundig specialisten en onderzoekers samen in één multidisciplinair supra regionaal netwerk. Dit is een uitwerking van de voorwaarden zoals gesteld in de eerste tranche van het Integraal Zorgakkoord (IZA) dat hoge eisen stelt aan de organisatie van zorg rondom deze complexe aandoeningen.

We vroegen drie leden van de stuurgroep SWPCC naar de stand van zaken, de gezamenlijke ambities en wat deze bovenregionale samenwerking voor de ziekenhuizen betekent.

Bert Bonsing, HPB-chirurg in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en voorzitter van de stuurgroep, schetst dat de basis van het netwerk al lang bestaat. Al vanaf 2012 werken chirurgen van het ErasmusMC, LUMC, Jeroen Bosch Ziekenhuis, Maasstad Ziekenhuis en Amphia Ziekenhuis samen. In die periode hebben zij elkaar goed leren kennen en lokale studies uitgevoerd en gepubliceerd.

Arjan Verschoor, internist-oncoloog in het Reinier de Graaf Gasthuis (RdGG) in Delft, licht de positie van zijn ziekenhuis binnen het netwerk toe. Het RdGG werkt binnen de oncologische regio al nauw samen met het LUMC: patiënten worden diagnostisch in kaart gebracht en vervolgens besproken met het LUMC, dat de leiding heeft over de chirurgische resecties. De neo-adjuvante, adjuvante en palliatieve behandelingen, waaronder chemotherapie en chemoradiatie, vinden in het RdGG zelf plaats. Voor deelname aan studies wordt verwezen naar zowel het LUMC als het ErasmusMC. Verschoor benadrukt dat de korte lijnen met het LUMC vooralsnog een afspraak zijn tussen beide ziekenhuizen en nog geen SWPCC-brede standaard. De ambitie is om dit in de toekomst SWPCC-breed te borgen.

Miriam Wumkes, internist-oncoloog in het Jeroen Bosch Ziekenhuis (JBZ), herkent dit vanuit haar eigen ervaring als behandelaar in een perifeer ziekenhuis dat aansluit bij het SWPCC-MDO. Voor haar en haar collega’s, en daarmee ook voor hun patiënten, is het waardevol dat zij hun casuïstiek kunnen voorleggen aan een grote en zeer ervaren regio waarin actieve behandelaren van alvleesklier en periampullaire tumoren participeren. Het schakelen verloopt soepel, ook als het gaat om verwijzen voor studie. De lijnen zijn kort en zo is binnen de regio optimale zorg voor patiënten beschikbaar. Het verbeteren van studie-inclusies om de behandeling van alvleesklierkanker verder te verbeteren noemt zij een mooi doel voor de regio. Tijdens het wekelijkse SWPCC MDO op donderdag wordt hier ook actief bij stilgestaan.

Doel en meerwaarde van SWPCC

Het kerndoel van SWPCC is het creëren van voldoende schaalgrootte, genoeg mensen en ziekenhuizen bij elkaar om een gedragen, transmuraal zorgpad te ontwikkelen. Er zijn drie speerpunten waarop als eerste wordt ingezet:

  • Schaalvergroting: Meer patiënten en zorgprofessionals bij elkaar voor de ontwikkeling van kwaliteitsinitiatieven.
  • Shared care: Inrichten van het zorgpad zodanig dat kwaliteit geborgd is en patiënten behandeling krijgen op de optimale locatie: ‘ver weg als het moet, dichtbij als het kan’. Door het opstellen van een netwerkstandaard kan goed worden afgestemd welke zorg in welk echelon wordt gegeven en hoe de verwijsstromen zijn.
  • Onderzoeksdeelname: Landelijke lopende studies voor elke patiënt beschikbaar en bereikbaar maken, ook in ziekenhuizen die niet zijn aangesloten bij de Dutch Pancreatic Cancer Group (DPCG). DPCG is een landelijke, multidisciplinaire samenwerking van zorgprofessionals die zich richt op het verbeteren van de zorg voor mensen met alvleesklierkanker en andere tumoren in en rond de alvleesklier. Hoewel Nederland wereldwijd voorop loopt in onderzoek naar alvleesklierkanker, wordt nog steeds een groot deel van de patiënten niet gevraagd deel te nemen aan studies. SWPCC heeft als doelstelling zowel de bekendheid als het bereik van lopende studies te vergroten. Arjan Verschoor benadrukt dit als een duidelijke meerwaarde van de samenwerking.

Organisatiestructuur

SWPCC heeft een stuurgroep en drie werkgroepen:

Stuurgroep: De stuurgroep is verantwoordelijk voor het uitzetten van de strategie binnen SWPCC en bestaat uit twee leden uit de academische centra en vier leden die de perifere centra vertegenwoordigen. De drie kernspecialisaties zijn hierin vertegenwoordigd: medische oncologie, maag-, darm- en leverziekten en chirurgie. Beslissingen vereisen 75% steun, waarbij alle ziekenhuizen vertegenwoordigd moeten zijn.

  1. Werkgroep Transmuraal zorgpad:  Deze werkgroep heeft de ambitie en taak een transmuraal zorgpad te ontwikkelen waarin zowel het gehele diagnostische traject als het behandeltraject voor patiënten in de regio omschreven staat, inclusief beschrijving van echelon per ziekenhuis en de verwijsstromen in de regio.
  2. Werkgroep MDO-organisatie:  Deze werkgroep heeft de optimale organisatie van MDO’s voor alle patiënten in de regio als doel. Momenteel vindt elke donderdag een gezamenlijk MDO plaats tussen de drie perifere DPCG centra (Jeroen Bosch Ziekenhuis Den Bosch, Maasstad Ziekenhuis Rotterdam en het Amphia Ziekenhuis Breda) en de twee academische centra LUMC en ErasmusMC. Het Zorgakkoord heeft de urgentie vergroot om de MDO’s anders te organiseren. Waar voorheen alleen de curatief behandelbare patiënten (circa 30%) werden besproken in een MDO, stelt de landelijke kwaliteitsnorm dat alle patiënten besproken moeten worden.
  3. Werkgroep Onderzoek: Deze werkgroep heeft 2 opdrachten: (1) overzicht bieden van lopende landelijke en lokale studies, zodat alle zorgprofessionals op de hoogte zijn en patiënten er actief voor gevraagd en verwezen kunnen worden; (2) kleinschalig regionaal onderzoek faciliteren.

Uitdagingen

Bonsing en Verschoor zijn open over de complexiteit van de opgave:

  • Alvleesklierkanker en andere tumoren in en rondom de alvleesklier zijn voor veel specialisten één van de kleinere onderdelen van hun werkzaamheden. Dat maakt het lastig om hen te mobiliseren voor overleg en werkgroepen, zeker nu de werkdruk hoog is. Toch zet SWPCC in op het actief betrekken van meer specialisten die verantwoordelijk zijn voor de zorg voor alvleesklierkanker in de ziekenhuizen in de regio.
  • Volumenormen uit het Integraal Zorgakkoord leiden in de praktijk tot concentratie van complexe zorg in een beperkt aantal ziekenhuizen. Dit kan de positie van kleinere ziekenhuizen beperken. Tegelijkertijd is in het beleid vastgelegd dat naast concentratie ook spreiding van zorg nodig is, zodat toegankelijkheid geborgd blijft. Binnen regionale zorgnetwerken maken zorgpartijen daarom afspraken over de verdeling van zorg, waarbij ook reisafstanden en belasting voor patiënten worden meegewogen. Dit gebeurt echter niet via formele uitzonderingen op de volumenormen zelf, maar via de manier waarop zorg regionaal wordt georganiseerd.
  • Circa 60% van de patiënten (bron NKR 2019-2023) met gemetastaseerde alvleesklierkanker krijgt op dit moment geen tumorgerichte therapie. Daarin bestaat praktijkvariatie. Hiervoor is SWPCC het perfecte podium om dit te analyseren en daar waar nodig te verbeteren.
  • Een van de grootste vraagstukken is hoe alle patiënten, ook de palliatieve, besproken kunnen worden in een multidisciplinair overleg, zonder een onwerkbare toename van de MDO duur en daarmee de werkdruk te veroorzaken. Mogelijk dat er toch afspraken gemaakt moeten worden welke patiënten regionaal te bespreken en welke lokaal.
  • Gedeelde standaarden en protocollen bestaan vanuit de periferie van OncoWest momenteel nog niet. Arjan Verschoor ziet dit als een concrete kans voor de toekomst: harmonisatie van afspraken en standaarden binnen de drie aangesloten oncologienetwerken OncoWest, Concord en EMBRAZE. Hetzelfde geldt voor kwaliteitsmonitoring: de medisch-oncologische en radiotherapeutische zorg worden nog niet systematisch gemonitord. Gerichte monitoring van uitkomstmaten zou best practices zichtbaar kunnen maken en verdere kwaliteitsverbetering mogelijk maken.

Oproep aan zorgprofessionals: sluit je bij ons aan!

Bert Bonsing doet een duidelijke oproep: “MDL-artsen, internist-oncologen, radiologen en andere betrokkenen: doe mee met een van onze werkgroepen! Dit geldt ook voor ziekenhuizen die alvleesklierkanker niet als speerpunt hebben. Je kan je rechtstreeks aanmelden via de ondersteuners van onderstaande werkgroepen”.

Werkgroep Transmuraal zorgpad: Serena Bruens s.t.bruens@ikazia.nl

Werkgroep MDO-organisatie: Nancy Marijnissen – van Unen embraze@amphia.nl

Werkgroep Onderzoek: Moniek van Klink m.c.m.van_klink@lumc.nl

Vooruitblik

De ambitie is om de SWPCC binnen vijf jaar volledig operationeel te hebben, met een goed ingericht zorgpad, functionerende MDO-structuur en actieve onderzoeksdeelname in de hele regio. Arjan Verschoor: “De kracht van de samenwerking wordt het best zichtbaar door concrete kwaliteitsverbetering: best practices delen en zorgpaden op elkaar afstemmen. En door een goede onderlinge samenwerking komen patiënten eerder op de juiste plaats terecht.”
Bert Bonsing: “Als we dat bereiken binnen vijf jaar, dan hebben we echt een hele grote stap gemaakt.”

Concrete vervolgstap is de stuurgroepvergadering op 21 september 2026, waar onder andere het organiseren van een bovenregionale kennisavond voor de bredere achterban wordt besproken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

[bron: OncoNL]

Data en spiegelinformatie kunnen zorgprofessionals waardevolle inzichten geven in de kwaliteit van zorg. Maar inzicht alleen leidt niet automatisch tot verandering. Maaike van der Aa, hoofdonderzoeker van de afdeling Research & Development bij IKNL, en Cor de Kroon, gynaecoloog-oncoloog bij LUMC/OncoWest en voorzitter van de landelijke werkgroep Oncologische Gynaecologie, vertellen hoe inzichten uit data leiden tot blijvende verbeteringen in de dagelijkse praktijk.

De uitdaging van het omzetten van data naar verbeteringen herkent Maaike maar al te goed. “Je gaat altijd met applaus weg. Interessante data, leuke inzichten, goede discussie. Maar de volgende ochtend staat de dokter weer op de OK of de verpleegkundige weer aan het bed en denkt misschien nooit meer aan die presentatie van gisteren.”

Heel herkenbaar voor veel onderzoekers en adviseurs die zich bezighouden met kwaliteitsverbetering in de zorg. Hoe waardevol data ook zijn, de echte opgave begint pas nadat de presentatie is afgelopen. De ambitie van IKNL/DICA is daarom om niet alleen verschillen zichtbaar te maken, maar vooral om zorgprofessionals te ondersteunen bij samen leren, verbeteren en het daadwerkelijk doorvoeren van verbeteringen in de praktijk.

De vraag achter de cijfers

De regionale oncologienetwerken bespreken regelmatig uitkomsten van zorg met behulp van de regiorapportages van IKNL. Zorgprofessionals van een tumortypenetwerk (TTN) gaan hierbij met elkaar in gesprek over hoe de verschillende ziekenhuizen het doen op een aantal indicatoren. Deze indicatoren gaan verder dan alleen overlevingscijfers of complicaties. Juist cijfers over doorlooptijden, wachttijden en opnameduur vertellen vaak veel over hoe zorg georganiseerd is.

“Het interessante is niet zozeer dat er verschillen zijn”, vertelt Maaike. “Het interessante is dat je kunt onderzoeken waar die verschillen vandaan komen: de vraag achter de cijfers dus.” Een ziekenhuis met een langere doorlooptijd tussen diagnose en behandeling kan nog steeds voldoen aan de norm, maar als een ander centrum aantoonbaar een kortere doorlooptijd heeft is het interessant om te kijken hoe dit komt. “Juist die vraag – wat doen zij anders? – vormt vaak het begin van een waardevolle discussie.”

Volgens Cor zit de waarde van spiegelinformatie niet in de cijfers zelf, maar in wat ze losmaken. “Waar het over gaat is de discussie die ontstaat. De diepere laag achter de data is cruciaal om samen te kunnen verbeteren.” Juist door verschillen zichtbaar te maken, ontstaat ruimte om met elkaar te onderzoeken welke keuzes en werkwijzen achter de resultaten schuilgaan.

Hoe één getal een waardevol gesprek op gang bracht

Een voorbeeld dat veel indruk maakte, kwam uit een bespreking binnen OncoWest. Tijdens een analyse van de zorg voor patiënten met baarmoederkanker bleek dat één ziekenhuis patiënten met een relatief eenvoudige vorm van endometriumcarcinoom nog dezelfde dag naar huis liet gaan na hun operatie.

Nul opnamedagen. De zorgprofessionals uit de verschillende ziekenhuizen waren verrast. “In andere ziekenhuizen werden patiënten gemiddeld één dag of langer opgenomen. Nog steeds binnen alle richtlijnen, maar het verschil was opvallend genoeg om verder te onderzoeken”, vertelt Maaike.

Wat volgde was precies het soort gesprek waar regionale spiegelinformatie voor bedoeld is. De betreffende gynaecoloog vertelde hoe het ziekenhuis dit had georganiseerd. Welke aanpassingen daarvoor nodig waren. Hoeveel inspanning het kostte om dit proces draaiende te houden. Maar ook welke uitdagingen erbij kwamen kijken. Want niet iedere patiënt wil dezelfde dag naar huis. En niet ieder ziekenhuis kan het operatieprogramma zo inrichten dat patiënten vroeg genoeg worden geopereerd om aan het einde van de middag veilig naar huis te kunnen. Het ging over keuzes, belangen, organisatie van zorg en uiteindelijk over wat het beste is voor patiënten.

Voor Cor laat dit voorbeeld zien waarom regionale spiegelinformatie zo krachtig is. “Als je het anders organiseert, kan dat echt een verschil maken.” Het gesprek ging dan ook niet alleen over de uitkomst zelf, maar vooral over de vraag welke organisatorische keuzes andere ziekenhuizen eventueel zouden kunnen overnemen.

Cor de Kroon en Maaike van der Aa in gesprek -2

Alleen applaus verandert geen zorg

Toch blijft er volgens Maaike vaak iets knagen na zulke bijeenkomsten. Want hoe inspirerend de gesprekken ook zijn, wat gebeurt er daarna? “Je gaat weg met applaus. Iedereen vindt het interessant. Maar vervolgens gaat iedereen weer terug naar zijn eigen praktijk.”

Daarmee raakt Maaike aan misschien wel de grootste uitdaging van kwaliteitsverbetering: hoe zorg je ervoor dat goede ideeën niet blijven hangen in de vergaderzaal? Zoals het nu gaat, worden de rapportages na verloop van tijd opnieuw besproken en worden de cijfers opnieuw bekeken. Maar een actieve opvolging van concrete verbeterafspraken gebeurt nog onvoldoende.

De ambitie van de oncologienetwerken is om veel meer te gaan werken volgens een continue verbetercyclus. Niet alleen inzicht geven, maar ook vastleggen welke acties ziekenhuizen willen ondernemen en op een later moment terugkomen om te bespreken wat daarvan terecht is gekomen.

“Eigenlijk zouden we tijdens zo’n bijeenkomst al moeten vragen: wat gaan jullie hiermee doen? En vervolgens een half jaar later weer contact opnemen.” Dat klinkt eenvoudig, maar vraagt veel van zorgprofessionals die hun tijd al hard nodig hebben voor patiëntenzorg.

Verbeteren vraagt eigenaarschap

Volgens Maaike ligt de sleutel niet alleen bij onderzoekers of adviseurs. Succesvolle kwaliteitsverbetering vraagt om eigenaarschap binnen de netwerken zelf. Daarom spelen voorzitters van TTN’s een cruciale rol. Zij kunnen het gesprek voeren over welke verschillen acceptabel zijn en welke aanleiding vormen om gezamenlijk verbeteringen na te streven.

Voorzitters kunnen die discussie aanjagen en gezamenlijk ambitieniveaus formuleren die verder gaan dan alleen het voldoen aan normen. “Je hebt mensen nodig die zeggen: we willen hier als netwerk iets mee.”

Cor ziet daarbij veel potentieel in een netwerkbenadering. “Ik denk dat we van samen leren en verbeteren als netwerk echt beter kunnen worden.” Volgens hem ontstaat kwaliteitsverbetering vooral wanneer zorgprofessionals bereid zijn om niet alleen naar hun eigen resultaten te kijken, maar ook actief van elkaar te leren.

De kracht van motivatie 

De regionale oncologienetwerken zien dat sommige TTN’s actiever en intensiever samenwerken dan andere. Succes is daarbij niet alleen afhankelijk van structuur. Minstens zo belangrijk is intrinsieke motivatie. Als professionals gezamenlijk voelen dat er iets te verbeteren valt, ontstaat energie. Als andere belangen domineren, kan zelfs betrouwbare data onderwerp van discussie worden.

Om het verbeterproces beter te ondersteunen ontwikkelt IKNL momenteel nieuwe online regiorapportages. Voor tumortypes zoals colorectaal carcinoom en slokdarm- en maagkanker zijn de eerste interactieve dashboards inmiddels beschikbaar. Waar rapportages vroeger handmatig werden samengesteld in PowerPoint, kunnen voorzitters nu vooraf zelf door de gegevens bladeren, verschillen bekijken en alvast nadenken over onderwerpen die zij willen bespreken. Dat moet helpen om het eigenaarschap verder te vergroten.

Daarnaast ziet IKNL veel kansen in de samenwerking met kwaliteitsfunctionarissen binnen de netwerken. Deze professionals hebben kwaliteitsverbetering expliciet als opdracht en kunnen helpen om verbeterinitiatieven daadwerkelijk te volgen en te borgen.

Tegelijkertijd benadrukt Cor dat de ontwikkeling van datatools nooit een doel op zich mag worden. “Als je een tool ontwikkelt voor data, doe dat dan altijd samen met patiënten en zorgprofessionals.” Alleen dan sluiten de inzichten aan bij de dagelijkse praktijk en bij wat voor patiënten daadwerkelijk van waarde is.

Van inzicht naar impact

Samenvattend is de vraag van IKNL/DICA aan de regionale oncologienetwerken: Help ons om draagvlak te creëren binnen de TTN’s, zodat wij de oncologienetwerken optimaal kunnen helpen om kwaliteitsverbeteringen door te voeren.

Maaike: “De instrumenten om te leren en verbeteren zijn er. De data zijn er. De voorbeelden zijn er ook. De vraag is nu hoe die inzichten kunnen worden omgezet in blijvende verandering. Daarvoor zijn betrokken voorzitters nodig. Gemotiveerde zorgprofessionals. Kwaliteitsfunctionarissen die verbeteringen helpen bewaken. Zodat we niet alleen de cijfers presenteren, maar ook het gesprek rondom deze data gaande kunnen houden.”

Want uiteindelijk draait het niet om mooie rapportages of geslaagde bijeenkomsten. Het draait om patiënten die profiteren van wat zorgprofessionals van elkaar leren. Daar zijn Maaike en Cor het over eens: data zijn niet het eindpunt, maar het begin van een gesprek dat moet leiden tot betere zorg.

Zoals Maaike aan het begin van dit interview al benadrukte:

“Wij willen niet dat het bij applaus blijft. We willen dat mensen er daadwerkelijk mee aan de slag gaan.”

Cor de Kroon en Maaike van der Aa in gesprek
Op zaterdag 9 mei 2026 werden 100 (ex-)patiënten met slokdarmkanker en hun naasten hartelijk ontvangen in de Burumazaal van het LUMC in Leiden. Het was alweer de 7e editie van de jaarlijkse Regionale Slokdarmdag, georganiseerd door het expertteam Maag-Slokdarmkanker van OncoWest. De bijeenkomst stond in het teken van nieuwe ontwikkelingen in de behandeling én van het dagelijkse leven met een buismaag.

 

De gasten werden verwelkomd door het regionale team van artsen, verpleegkundig specialisten en medisch secretaresses. Verpleegkundig specialisten Susan Quix (LUMC) en Erlinde de Graaf (Reinier de Graaf-LUMC) zorgden samen met medisch secretaresse Hilde van Malssen en dr. Henk Hartgrink (oncologisch chirurg LUMC) voor een warme ontvangst. Ook de Stichting voor Patiënten met Kanker van het Spijsverteringskanaal (SPKS) was aanwezig met een informatiestand, en twee buddy’s van de organisatie waren aanwezig om patiënten en naasten te ontmoeten en te ondersteunen.

Deel 1: 

Chirurgische technieken in ontwikkeling

Dr. Stijn van Esser (chirurg, Reinier de Graaf-LUMC) opende het inhoudelijke programma met een overzicht van de nieuwste ontwikkelingen in de chirurgische techniek voor slokdarmkanker. De operatieve zorg in de regio blijft zich verder verfijnen.

Betere medicijnen voor slokdarmkanker

Dr. Arjan Verschoor (internist-oncoloog, Reinier de Graaf) nam het publiek mee door het steeds complexer wordende behandellandschap van slokdarmkanker. Hij begon bij de standaardbehandeling met chemoradiatie gevolgd door een operatie (nog altijd een goede optie) en besprak een reeks actuele ontwikkelingen zoals actief waakzaam wachten na chemoradiatie, chemotherapie rondom een operatie (FLOT-kuren), en de inzet van immuuntherapie in de palliatieve setting.

Protonenbestraling

Dr. Yvonne Klaver (radiotherapeut, LUMC en Holland Protonen Centrum) gaf een toelichting op protonenbestraling als alternatieve bestralingstechniek bij slokdarmkanker, waarbij minder omgevingsschade aan omliggende weefsels optreedt.

Over OncoWest

In het regionaal oncologienetwerk OncoWest werken zes ziekenhuizen samen aan de beste kankerzorg dichtbij de patiënt: Alrijne, Groene Hart Ziekenhuis, HagaZiekenhuis, Haaglanden Medisch Centrum, LUMC en Reinier de Graaf. Alle patiënten in de regio die in aanmerking komen voor de complexe buismaagoperatie worden geopereerd in het LUMC in Leiden. Voor de voorbehandelingen met chemotherapie en/of bestraling kan de patiënt vaak terecht in het eigen ziekenhuis in de buurt.

Deel 2: 

Dr. Jan-Willem Dekker (oncologisch chirurg Reinier de Graaf) leidde het tweede programma gedeelte. 

Endoscopische detectie en behandeling van vroegcarcinomen

Dr. Elmer Hoekstra (MDL-arts, HagaZiekenhuis) gaf uitleg over het belang van vroege opsporing van slokdarmkanker, met name via surveillance bij patiënten met een Barrettslokdarm. Vroeg ontdekte tumoren kennen een 5-jaarsoverleving van meer dan 99%, tegenover slechts 15% bij gevorderde tumoren. Dat maakt surveillance cruciaal.

De nieuwe richtlijn onderscheidt patiënten op basis van risico (laag, matig en hoog), waarbij de Barrettlengte (M-score) en de aan- of afwezigheid van dysplasie bepalend zijn voor welk type follow-up passend is. Hoog-risico patiënten (met dysplasie of een Barrettlengte >10 cm) worden verwezen naar gespecialiseerde Barrett Expert Centra, waaronder het HagaZiekenhuis.

Vroegcarcinomen kunnen endoscopisch worden behandeld: via endoscopische mucosectomie (EMR), endoscopische submucosale dissectie (ESD) of radiofrequente ablatie (RFA), waarmee het Barrett-slijmvlies wordt weggebrand. Deze minimaal invasieve technieken maken een zware operatie in veel gevallen overbodig.

Klachten bij een buismaag

Dr. Kirill Basiliya (MDL-arts, LUMC) belichtte de functionele klachten die veel patiënten na een buismaagoperatie ervaren. Uit de POCOP-studie blijkt dat maar liefst 70% van de patiënten binnen de eerste drie maanden na de operatie ernstige functionele klachten heeft. De meest voorkomende zijn:

  • Zuurbranden (reflux): treft 60–80% van de patiënten. Door het ontbreken van de normale sluitspier en de veranderde anatomie stromen  sappen van de spijsvertering makkelijker terug. Aanpassing van eetgewoonten en maagzuurremmers vormen de pijlers van behandeling.
  • Passageklachten (dysfagie): bij zo’n 40% van de patiënten, vaak door een naadstenose (vernauwing op de verbinding slokdarm–buismaag). Dit kan goed behandeld worden via endoscopische dilatatie (oprekken) of in sommige gevallen zelfdilatatie.
  • Vol gevoel (vertraagde maagontlediging): ook bij 40% aanwezig, mede door zenuwletsel tijdens de operatie. Kleine, frequente maaltijden en eventueel maagmotiliteitsmiddelen helpen.
  • Dumping: bij 50% van de patiënten, waarbij voedsel te snel in de dunne darm terechtkomt en klachten als buikkrampen, diarree, hartkloppingen en duizeligheid veroorzaakt. Klachten verbeteren in de meeste gevallen binnen 12 weken.

De aanpassing van het eetpatroon (kleine porties, langzaam eten, meerdere eetmomenten per dag) is in vrijwel alle gevallen de belangrijkste maatregel. De klachten nemen doorgaans af in de loop van het eerste jaar.

Vragen?

Heb je vragen aan het expertteam Maag-Slokdarmkanker van OncoWest? Neem dan contact op met de verpleegkundig specialisten Erlinde de Graaf en Susan Quix via het mailadres: vsmaagslokdarm@lumc.nl 

Bekijk hier de beschikbare patiëntinformatie (filmpjes en digitale folders) over slokdarmkanker en informatie over www.spks.nl.

Op donderdagavond 5 februari 2026 vond in het LUMC in Leiden het Regionaal Avondsymposium Mammacarcinoom plaats. Specialisten uit de mammateams van de zes OncoWest ziekenhuizen kwamen samen voor een inspirerende en inhoudelijk bijeenkomst met het thema: “De Kracht van Verbinding: Innovatie in Multidisciplinaire Borstkankerzorg.”

Het symposium bracht professionals uit verschillende disciplines bijeen met één gezamenlijk doel: kennis delen, van elkaar leren en samen vooruitkijken naar de toekomst van de borstkankerzorg. In een tijd waarin innovatie en samenwerking steeds belangrijker worden, stond deze avond volledig in het teken van verbinding tussen specialismen.

Inspirerende aftrap

De avond werd geopend door Marieke Straver (HMC), die het belang van regionale samenwerking in de oncologische zorg benadrukte. Aansluitend verzorgde prof. dr. Anne Marie Weggelaar (MCM) de gastlezing “Samen Leren Innoveren”, waarin zij inging op hoe gezamenlijke leerprocessen bijdragen aan duurzame innovatie binnen de zorg.

Internationale ontwikkelingen en integrale zorg

Internist-oncologen Rianne Oosterkamp (HMC) en Danny Houtsma (HagaZiekenhuis) bespraken de “Highlights van SABCS 2025”, de meest relevante inzichten van het toonaangevende San Antonio Breast Cancer Symposium. Nieuwe behandelstrategieën en onderzoeksresultaten werden vertaald naar de dagelijkse praktijk in de regio.

Na de koffiepauze verschoof de focus naar het bredere zorgperspectief. Dr. L. Koobs (radioloog, Reinier de Graaf ziekenhuis) en Yvette Engelen (verpleegkundig specialist en expert Integrative Medicine) belichtten de meerwaarde van integrative medicine voor de borstkankerpatiënt. Hun bijdrage onderstreepte het belang van aandacht voor zowel medische als psychosociale aspecten van behandeling en herstel.

Levendig debat over behandelkeuzes

Tijdens het interactieve debat over de behandeling van de oudere patiënt met een kleine tumor werden de behandelkeuzes vanuit verschillende perspectieven besproken. Dr. M. van Dorth (radioloog, HMC) verdedigde cryoablatie, Floris Verbeek (Groene Hart Ziekenhuis) pleitte voor operatieve behandeling en Sophie Bosma (radiotherapeut, LUMC) belichtte de rol van radiotherapie. De discussie maakte duidelijk hoe belangrijk multidisciplinaire afwegingen zijn bij het maken van patiëntgerichte behandelkeuzes.

Samen vooruit

De avond werd afgesloten met een slotwoord waarin werd teruggeblikt op de waardevolle uitwisseling van kennis en inzichten. Het symposium bevestigde opnieuw dat samenwerking binnen de regio OncoWest essentieel is om hoogwaardige, toekomstbestendige borstkankerzorg te blijven bieden.

Met een sterke opkomst en actieve betrokkenheid van de deelnemers kan worden teruggekeken op een geslaagd symposium!

Op 20 november vond in het ECC Leiden het OncoWest Casemanagersontbijt plaats: een informatieve ochtend vol nieuwe inzichten, inspirerende ontmoetingen met gelijkgestemden uit de regio en innovatieve ontwikkelingen. Het jaarlijkse ontbijt brengt verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten en physician assistants uit de oncologische zorg in de regio samen, en dit jaar waren dat er ruim 50!

 

Tijdens het programma kwamen diverse actuele thema’s aan bod: van de specifieke zorgbehoeften van jongvolwassenen met kanker (AYA’s) en de opkomst van AI in de spreekkamer tot proactieve zorgplanning en de samenwerking met IPSO-centra. Ook gaf het HMC een heldere toelichting op de behandeling van het locally advanced rectumcarcinoom.

Als keynotespreker deelde Kim Verhaegh haar inspirerende visie op verpleegkundig leiderschap, een onderwerp dat een thema dat zichtbaar aansloot bij de deelnemers.

We kijken terug op een zeer geslaagde bijeenkomst en delen hieronder graag een aantal waardevolle inzichten die deze ochtend opleverde.

Hierbij een terugblik op de sprekers:

Marloes Krom, regiomanager van OncoWest vertelde meer over waar we op dit moment staan met OncoWest. Sinds het vorige casemanagersontbijt zijn er afspraken gemaakt tussen de zes ziekenhuizen over de herverdeling van de oncologische zorg voor maag-slokdarm chirurgie en de lokale behandeling van nierkanker. In 2026 gaan we verder met de verdeling in de regio.

Ga naar de presentatie van Marloes


 

Lisette Bauman, maatschappelijk werker in het LUMC vertelde samen met een patiënt die zelf AYA (Adolescent & Young Adults) is meer over de rol van AYA-zorg en de impact van kanker op het leven van jongvolwassenen met kanker. Ondanks dat er in het ErasmusMC en in het LUMC een AYA-kenniscentrum zit, blijkt in de praktijk dat deze groep patiënten nog niet allemaal de leeftijdsspecifieke zorg krijgen die zij nodig hebben. En dat terwijl de impact op het leven van jongvolwassenen, als het gaat om studeren, werken, vruchtbaarheid, relaties en toekomstplannen, erg groot is. De aanwezige AYA gaf als  waardevolle tip voor de casemanagers: “Blijf vooral luisteren naar de patiënt, hoe zit die tegenover je?” Hij benadrukte hoe belangrijk het is om gedurende de behandeling in gesprek te blijven over de impact van de ziekte op hun leven.

Goed om te weten:
Er is een apart MDO specifiek voor AYA-zorg. Wil je hieraan deelnemen? Meld dit dan aan het AYA-team in het LUMC en stuur een mail naar AYAzorg@lumc.nl


 

Petra Kok – Reumatoloog en Chief Medical Information Officer (RdGG) en Co-Director Delft Design Lab Health Journeys (TU Delft),  nam ons mee in de wereld van kunstmatige intelligentie (AI) in de zorg. Tegenwoordig is AI niet meer weg te denken. Hoewel het proces nog volop in ontwikkeling is en zeker nog niet perfect, biedt het nu al kansen. De kernboodschap was duidelijk: “Technologie biedt kansen om de menselijke interactie te versterken.”

In consulten waar AI als ondersteuning wordt ingezet (bijvoorbeeld voor administratieve lastenverlichting), ontstaat er opvallend genoeg juist méér ruimte voor de menselijke maat. Doordat de arts of verpleegkundige minder hoeft te typen, is er meer aandacht voor non-verbale communicatie: hoe zit iemand er écht bij? De tip van Petra is: “Weet je niet waar je moet beginnen? Een beter digitaal milieu begint bij jezelf.”

Ga naar de presentatie van Petra


 

Marleen Oomes – Verpleegkundig Specialist Palliatieve Zorg, Expertisecentrum Palliatieve Zorg (LUMC) en Lijdi Hoogenboom- van Os – Verpleegkundig Consulent Team Ondersteunende en Palliatieve Zorg (GHZ) vertelden ons meer over waar het om gaat bij pro-actieve zorgplanning: ga het gesprek aan met de patiënt over wensen en manier van leven. Maak moeilijke onderwerpen bespreekbaar en haal de olifant uit de kamer. Marleen: “Het is belangrijk om te realiseren dat het niet alleen om het levenseinde gaat, maar ook over kwaliteit van leven. Het kan voor patiënten vaak een grote opluchting zijn om hierover te spreken, mits het gesprek op de goede manier wordt gevoerd. Het moet altijd gaan over wat de patiënt wil en aansluiten bij de wensen en behoeften van de patiënt.”


 

Nienke Kronemeijer – Coördinator Scarabee (LUMC) vertelde over wat Instellingen voor PsychoSociale Oncologie (IPSO) voor patiënten kunnen betekenen en hoe de samenwerking tussen de ziekenhuizen en IPSO-centra kan worden verbeterd. Er zijn inmiddels 28 centra in Nederland die kankerpatiënten een laagdrempelig ‘huiskamergevoel’ bieden. De uitnodiging staat dan ook open voor alle zorgverleners: loop eens binnen bij een IPSO-centrum om te zien hoe het eruitziet en om te bespreken hoe we de samenwerking in de regio verder kunnen verbeteren. Soms is het ook mogelijk dat vrijwilligers naar de afdeling komen voor een gesprek. Deze gesprekken blijken voor patiënten heel waardevol, omdat ze gaan over waar de patiënt over wil spreken: zijn ziekte, de behandeling, maar soms ook dagelijkse beslommeringen of de toekomst. Dit kan ook voor zorgverleners prettig zijn, omdat er tijd en aandacht kan worden gegeven die zorgverleners niet altijd kunnen geven.

Scarabee is zo’n lokaal IPSO-centrum en zit in het LUMC. Kankerpatiënten en naasten uit heel het land kunnen er binnenlopen, het is dus niet alleen voor patiënten uit de regio.  Op de website van IPSO staan alle locaties in heel Nederland: https://ipso.nl/ipso-centrum/

Ga naar de presentatie van Nienke


 

Laura Han-Hanson, Verpleegkundige in opleiding tot specialist (VIOS) colorectale chirurgie (HMC) en Carlien Buis, Verpleegkundig Specialist interne oncologie (HMC) lichtten toe hoe de behandeling van locally advanced rectumcarcinoom wordt vormgegeven in het HMC. Het ziekenhuis heeft hiervoor dit jaar de status van STZ-expertisecentrum gekregen. Begin november is er een specifiek rectumcarcinoom MDO van start gegaan. Dit sluit aan bij het doel om voor deze patiëntengroep de best mogelijke zorg in de regio te garanderen.

Ga naar de presentatie van Laura en Carlien


 

Kim Verhaegh – Lector Verpleegkundig Leiderschap (Hogeschool Leiden en Alrijne Zorggroep) sloot de ochtend af met een inspirerend verhaal over verpleegkundig leiderschap. De boodschap van Kim voor casemanagers was helder: “Durf meer eigen regie te pakken. Verpleegkunde is een kunst, maar leiderschap is dat ook.”

Kim vertelde over dat groei in zelfleiderschap begint bij bewustzijn, reflectie en regulatie. Daarbij is het belangrijk om als leider en als mens met mildheid en zelfcompassie met jezelf om te gaan. Het is daarnaast de verantwoordelijkheid van de organisatie en als zorgverleners om een omgeving te creëren waarin mensen zich welkom en thuis voelen, zodat we bevlogen professionals kunnen behouden voor de oncologische zorg. Meer lezen? Kim bracht op 15 november 2023 haar lectorale rede ‘De Kunst van verpleegkundig leiderschap’ uit.

Lees hier het boek van Kim: De kunst van verpleegkundig leiderschap

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en het Reinier de Graaf ziekenhuis gaan vanaf januari 2026 officieel samenwerken in een nieuw Regionaal Expertise Centrum Upper-GI. De chirurgische zorg voor slokdarm kanker op beide locaties is momenteel al zeer goed.

Dit centrum richt zich op hoogcomplexe zorg voor patiënten met slokdarm- en maagkanker en bundelt kennis, ervaring en capaciteit om de kwaliteit van zorg verder te verbeteren.

De samenwerking volgt op jarenlange informele samenwerking tussen beide ziekenhuizen en is ingegeven door de recent vastgestelde volumenormen voor kankerzorg.

Door de concentratie van zorg in het LUMC zullen slokdarmkankeroperaties die nu in Reinier de Graaf plaatsvinden, voortaan in Leiden worden uitgevoerd. De voor- en natrajecten van de Reinier de Graaf patiënten blijven in Delft. Verder weg als het moet en dichtbij de patiënt als het kan!

Naast patiëntenzorg zetten LUMC en Reinier de Graaf gezamenlijk in op onderwijs en wetenschappelijk onderzoek op het gebied van Upper GI-chirurgie.

Het doel is om door hogere volumes en gedeelde expertise de kwaliteit van de geboden zorg verder te vergroten.

De plannen zijn afgestemd met zorgverzekeraars, ziekenhuizen, patiëntenorganisaties en medisch specialisten in de regio en zijn vastgelegd binnen het oncologienetwerk OncoWest.

“Door deze bundeling van kennis en ervaring kunnen we patiënten de best mogelijke zorg bieden op de juiste plek,” aldus de betrokken partijen.

Ziekenhuizen, patiëntvertegenwoordigers en zorgverzekeraars in de regio West-Nederland hebben met elkaar definitieve afspraken gemaakt over de herverdeling van 18 complexe behandelingen bij kanker en vaatziekten.

 

Concentratie van complexe zorg heeft als doel de kwaliteit van de zorg te borgen en de toegang voor patiënten tot de zorg te garanderen door optimale inzet van schaars personeel en dure infrastructuur. Om de kwaliteit te verhogen en kennis en kunde te bundelen worden bepaalde behandelingen alleen nog uitgevoerd in ziekenhuizen die deze ingrepen vaak doen. Om dit doel te bereiken zijn er landelijke afspraken gemaakt over minimale aantallen ingrepen per ziekenhuis, de zogenoemde volumenormen. De verschuivingen van deze behandelingen vindt plaats per 1 januari 2026, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt; dan gaat dit uiterlijk 1 januari 2027 in. De ingangsdatum per ziekenhuis staat in het overzicht herverdeling van deze regio.

Patiënten kunnen voor reguliere zorg die vaak voorkomt en ook voor hun voor- en nazorg, nog steeds terecht in hun eigen ziekenhuis. De ingreep zal echter plaatsvinden in het ziekenhuis waar de zorg is geconcentreerd.

In de regio West-Nederland gaat het om de volgende ziekenhuizen: LUMC, Alrijne, Groene Hart Ziekenhuis, Haaglanden Medisch Centrum, HagaZiekenhuis en het Reinier de Graaf ziekenhuis.

Ten aanzien van de vaatchirurgie vinden er geen verschuivingen plaats. De belangrijkste verschuivingen ten aanzien van de oncologie in regio West zijn:

Maag/slokdarm chirurgie:

  • Chirurgische behandeling wordt geconcentreerd in het LUMC. Patiënten uit het Reinier de Graaf Ziekenhuis kunnen voortaan voor hun operatie terecht in het LUMC.

Lokale behandeling bij nierkanker:

  • Patiënten met nierkanker kunnen per 1 januari 2027 voor behandeling terecht in het LUMC, Haaglanden Medisch Centrum en HagaZiekenhuis.
  • Patiënten uit het Alrijne Ziekenhuis kunnen voortaan terecht in het Haaglanden Medisch Centrum voor de totale verwijdering van de nier (totale nefrectomie) en in het LUMC voor de gedeeltelijke verwijdering (partiële nefrectomie).
  • Patiënten uit het Reinier de Graaf Ziekenhuis zullen voor de totale nefrectomie worden verwezen naar het HagaZiekenhuis. Voor de partiële nefrectomie kunnen patiënten vanaf 1 januari 2027 terecht in het LUMC en het Haaglanden Medisch Centrum.

Afspraken over spreiding

Er zijn ook afspraken gemaakt over het spreiden van zorg. Zo worden vanaf januari 2026 alle prostaatkankerpatiënten in de regio voor hun operatie verwezen naar het Reinier Haga Prostaatkankercentrum in Delft. Daarnaast verwijst Haaglanden Medisch Centrum patiënten voor een percutane niersteenverwijdering naar Alrijne.

Medisch professionals staan patiënt samen terzijde

Medisch specialisten en verpleegkundig specialisten in het Leids Universitair Medisch Centrum werken vanuit ieders expertise nauw samen om patiënten met slokdarm- en maagtumoren optimaal te begeleiden, zo vertellen internist-oncoloog dr. Marije Slingerland en verpleegkundig specialist Susan Quix. Cruciaal is om de patiënt eenduidige informatie te geven.

 

Marije en Susan maken beiden deel uit van de regionale samenwerking binnen OncoWest.

 

Lees hier het artikel over informatieoverdracht bij oncologische patiënten in het magazine Oncologie Vandaag (feb 2025)

Het LUMC heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet in de digitale pathologie. Deze ontwikkeling helpt pathologen betere diagnoses te stellen en biedt hen kansen om digitale beelden onderling uit te wisselen. Waar staan we nu? En wat betekent dit voor de regio? Vincent Smit, afdelingshoofd Pathologie, praat ons bij.

Eeuwenlang was de microscoop het belangrijkste instrument van de patholoog. Smit heeft er nog wel een op zijn kamer staan, maar het staat inmiddels meer stof te vangen dan dat hij het gebruikt. Twee of drie pc-schermen is alles wat de patholoog in 2025 nodig heeft om microscopisch de weefsels te bekijken en te beoordelen.De digitale beelden zijn net zo goed en soms beter dan de microscopische beelden: er kan moeiteloos tot ruim 700 keer worden ingezoomd. Smit: “De logistieke voordelen zorgen voor een efficiëntere werkwijze waarbij op ieder moment op iedere plek een casus te boordelen is. Hierdoor zal niet alleen de kwaliteit van de diagnostiek toenemen maar waarschijnlijk ook de productiviteit.”

Derde revolutie

De digitalisering heeft ook de deur opengezet voor de inzet en gebruik van kunstmatige intelligentie (AI). De meeste AI-algoritmen staan nu nog in de kinderschoenen, maar zullen over 3 tot 5 jaar gemeengoed worden binnen de pathologie. “Daarmee staan we aan de vooravond van de derde revolutie in ons vakgebied, na de ‘bruine’ revolutie (introductie van antilichamen in de jaren tachtig om specifieke eiwitten zichtbaar te maken met een bruine kleur) en de moleculaire revolutie vanaf 2010, waarbij DNA- en RNA-afwijkingen relatief eenvoudig kunnen worden aangetoond en de kwaliteit van onze diagnostiek enorm is verbeterd.”

Onderlinge, regionale uitwisseling binnen OncoWest

De digitalisering van de microscopie maakt het ook mogelijk om deze gedigitaliseerde beelden onderling en regionaal met elkaar uit te wisselen. In 2021 zijn hiervoor de eerste stappen gezet binnen het project ‘regionale digitale pathologie’ van OncoWest, een regionaal netwerk op het gebied van kankerzorg waar het Alrijne, Groene Hart, Haga, HMC, LUMC en Reinier de Graaf in deelnemen. Binnen dit netwerk worden patiënten soms op meerdere locaties gezien en behandeld.

“Een groot deel van deze uitwisseling bestaat uit het herbeoordelen van eerder uitgevoerde diagnostiek. Daarnaast vindt er ook veel verkeer plaats van weefselpreparaten (blokjes en glaasjes) voor consultatie uit de regio en voor complexe moleculair-diagnostische analyses. Het LUMC wisselt jaarlijks meer dan vijfduizend weefsels uit met de andere instellingen. Dat vervoer gaat allemaal per taxi. Met de invoering van een regionaal digitaal netwerk kan een aanzienlijk deel van deze uitwisselingen digitaal plaatsvinden. Dit zou niet alleen zorgen voor een aanzienlijke tijdsbesparing, maar ook leiden tot meer logistieke en administratieve efficiëntie.”

Coupescanners

Om ‘digitaal te gaan’ schafte het LUMC vijf coupescanners aan. Deze machines maken van elke weefselcoupe (een dun, gekleurd plakje weefsel op een glaasje) een digitale afbeelding. “Vooralsnog is ons ziekenhuis het enige centrum binnen OncoWest die deze apparaten heeft, al zijn de andere ziekenhuizen ver in hun proces tot aanschaf van deze coupescanners. Nadat andere ziekenhuizen de scanners ook hebben aangeschaft, kunnen we een regionaal platform ontwikkelen waarop we casussen eenvoudig kunnen uitwisselen. Dit zou de deelspecialisatie binnen de pathologie aanzienlijk kunnen versterken.”

Streven naar landelijke IT-infrastructuur

En hoe gaat de digitalisering van de pathologie in andere delen van het land? Volgens het afdelingshoofd zijn meerdere ziekenhuizen al ‘over’, zoals het UMCG en UMCU. “Maar ook landelijk zie je dat er nog maar weinig met elkaar wordt gedeeld, waardoor het voorlopig nog moeilijk is om regionale samenwerking en schaalvergroting te realiseren. De Nederlandse Vereniging Voor Pathologie (NVVP) streeft in hun nieuwe strategische beleidsplan 2025-2030 naar een landelijke, goed functionerende IT-infrastructuur waarin data en beelden efficiënt kunnen worden uitgewisseld. In samenwerking met de landelijke databank PALGA is het doel om dit binnen een termijn van drie tot vijf jaar te realiseren”, zegt Smit optimistisch, mede vanuit zijn rol als NVVP-bestuurslid.

[Bron: LUMC]

Door Esmée van der Poort, Robin Pieterman en Johan Koekkoek

 

Patiënten met een kwaadaardige hersentumor (glioom) zijn vanaf diagnose ongeneeslijk ziek en hebben naast kanker ook een progressieve hersenziekte. Daarom is het essentieel dat passende palliatieve zorg tijdig wordt geïntegreerd in het behandeltraject. De huidige bekostiging staat de vroege inzet van palliatieve zorg en goede samenwerking tussen zorgaanbieders in de weg. Binnen het project ‘Alternatieve bekostiging van vroege palliatieve zorg bij patiënten met een kwaadaardige hersentumor’ ontwikkelen we een alternatief bekostigingsmodel voor tijdige en geïntegreerde palliatieve zorg.

De noodzaak voor verandering
Bekostiging betreft de wijze waarop zorgaanbieders door financiers, zoals zorgverzekeraars, worden betaald. Binnen de huidige bekostiging worden zorgaanbieders meestal per verrichting betaald. Deze vorm van bekostiging remt samenwerking tussen het ziekenhuis, de huisarts en de wijkverpleging en kan bovendien leiden tot een productieprikkel voor ziektegericht behandelen in de laatste levensfase. Daarentegen wordt het leveren van palliatieve zorg, zoals proactieve zorgplanning, onvoldoende gestimuleerd.

Alternatieve vormen van bekostiging kunnen het leveren van passende palliatieve zorg bevorderen en de productieprikkel remmen. Bijvoorbeeld via bundelbekostiging, waarbij meerdere zorgaanbieders samen betaald worden voor één totaalpakket aan zorg. Hierdoor wordt samenwerking gestimuleerd en ontstaat er meer ruimte voor het inrichten van zorg die aansluit bij de wensen en behoeften van patiënt en naasten.

De ontwikkeling van een zorgpad en alternatief bekostigingsmodel
Om tijdige en geïntegreerde palliatieve zorg te realiseren werken we samen met zorgprofessionals uit de wijkverpleging (vertegenwoordigd door ActiVite), huisartspraktijk (Rijn en Duin) en ziekenhuizen (Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Haaglanden Medisch Centrum (HMC)), patiëntvertegenwoordigers (Hersenletsel.nl), zorgverzekeraar (Zorg en Zekerheid), regionale netwerken palliatieve zorg (Transmuralis en Vereniging Transmurale Zorg), en experts op het gebied van (alternatieve) bekostiging (BUNDLE en LUMC Zorgverkoop).

We komen maandelijks met deze partijen bijeen en werken in twee stappen toe naar passende palliatieve zorg. Als eerste stap hebben we de afgelopen maanden een blauwdruk ontwikkeld voor een transmuraal palliatief zorgpad met daarin verschillende samenwerkingsafspraken tussen de eerste en tweede lijn. Zo sluit de zorg in het ziekenhuis beter aan bij de zorg in de thuisomgeving. Als tweede stap ontwikkelen we een alternatief bekostigingsmodel om deze vorm van zorg ook financieel te borgen. Samen met onze partners verkennen we welk bekostigingsmodel het beste past bij geïntegreerde palliatieve zorg en ook de mogelijkheden binnen huidige initiatieven zoals TAPA$.

Blauwdruk voor de toekomst
Iedere patiënt verdient passende zorg, afgestemd op persoonlijke wensen, zonder dat bekostiging daarbij een belemmering vormt. Daarom ontwerpen we de blauwdruk voor het zorgpad en bekostigingsmodel zo dat deze ook schaalbaar is naar andere regio’s en andere oncologische aandoeningen. De komende tijd benaderen we relevante partijen in de regio Haaglanden voor uitbreiding van het project. Via onze LinkedIn-pagina blijf je op de hoogte van de voortgang en kun je laagdrempelig contact opnemen.

 

De partners in dit project:

Ga hier naar meer informatie over de behandeling van glioom in de regio